Tijdens het rijden
Tijdens het rijden wordt de toevoerbatterij (batterij II) in de
caravan door de lichtmachine van het trekkende voertuig ge-
laden. Om de toevoerbatterij in een optimale laadtoestand te
brengen, is een spanning van 14,2 V noodzakelijk. Omwille
van vermogensverliezen staat deze spanning in de caravan
niet ter beschikking. De geïntegreerde spanningslifter regelt
bij een ingangsspanning tussen 10 V en 14,5 V zodanig, dat
de toevoerbatterij altijd met 14,2 V gevoed wordt. Hij compen-
seert spanningsschommelingen en vermogensverliezen.
Tijdens het rijden krijgt de geïntegreerde spanningslifter zijn
voedingsspanning via de plusleiding van het contact nr. 10
aan de contrastekker. Zolang de lichtmachine in werking is,
regelt de spanningslifter de uitgangsspanning voor de toe-
voerbatterij op 14,2 V.
Vermijd de werking van verbruikers tijdens de rit.
Zonnewerking
Door de aansluiting van maximaal twee zonnepanelen met
een vermogen van maximaal 85 W per zonnepaneel wordt de
toevoerbatterij door middel van de geïntegreerde zonnerege-
laar geladen.
Laadprocedure
De module B bezit een elektronische beveiliging tegen ver-
keerde polariteit. Alleen wanneer de accu correct aangesloten
is en er een minimumspanning van 1,5 V voorhanden is, wordt
de laadstroom vrijgegeven. De laadprocedure gebeurt over-
eenkomstig de laadkarakteristiek onder het geringste vermo-
gensverlies (laadkarakteristiek zie afb. 3). Door gebruikmaking
van een temperatuurvoeler voor de toevoerbatterij vindt het
laadproces afhankelijk van de temperatuur plaats.
Hoofdlaadfase
(alle spanningswaarden met betrekking tot 20 °C
accutemperatuur.)
Lading met maximale constante laadstroom tot ongeveer
14,4 V accuspanning bereikt wordt. Indien in dit bereik van
de hoofdlaadfase de laadstroom als gevolg van de inwendige
accuweerstand of leidingweerstanden onder 90 % van de no-
minale stroomsterkte daalt, dan wordt de bijlaadfase gestart.
Bijlaadfase
(alle spanningswaarden met betrekking tot 20 °C
accutemperatuur.)
De laadspanning wordt voor een tijdsduur van tien uur bij
gelbatterijen / AGM resp. vier uur bij batterijen met vloeibaar
elektrolyt constant op 14,4 V gehouden. Na afloop van deze
periode gebeurt er een omschakeling naar het laadbehoud.
Indien gedurende deze periode de stroomsterkte tot 90 %
boven de nominale stroomsterkte stijgt en de accuspanning
gedurende een periode van meer dan 15 minuten bij accu's
met vloeibaar elektrolyt en meer dan twee uur bij gel- en
AGM-accu's onder 13,2 V daalt, dan gebeurt er opnieuw een
omschakeling naar de hoofdlaadfase.
Laadbehoud
(alle spanningswaarden met betrekking tot 20 °C
accutemperatuur.)
De laadspanning is ingesteld op 13,8 V. De laadstroom daalt
daarbij op de voor de accu voor compensatielading nood-
zakelijke waarde. Indien de laadstroom, veroorzaakt door
verbruikers, tot op zijn nominale waarde stijgt en de bat-
terijspanning gedurende minimum twee minuten onder 13,2 V
daalt, dan schakelt het toestel weer automatisch om naar de
hoofdlaadfase.
Parallelle werking
Als tijdens de nalaadfase of het laadbehoud verbruikerstroom
weggenomen wordt, wordt deze onmiddellijk nageladen.
36
Onderhoud
Voor alle onderhoudswerkzaamheden aan het toestel
moet absoluut de stroomtoevoer onderbroken worden!
Reinig het apparaat en de ventilatiesleuven met een droge,
pluisvrije doek..
Zekering
Een vlaksteekzekering 15 A bevindt zich onder de klemruim-
teafdekking van de module B. De zekering uitsluitend door
een qua constructie gelijkaardige zekering vervangen (voor
het afnemen van de klemruimteafdekking verwijzen wij naar
„Aanbouw van de module B aan de module A2").
1
15A
+ + -
-
Solar
Modular-Electric-Systems
MES 350 Module B
Afb. 2: Zekering
Verwijdering
Het toestel moet volgens de administratieve bepalingen van
het respectievelijke land van gebruik verwijderd worden.
Nationale voorschriften en wetten (in Duitsland is dit bijv. de
Altfahrzeug-Verordnung) moeten in acht worden genomen.
GEL/
Switch
AGM
Schalter
Temp.
+Charge
+Load
-Battery
Liquid
+Laden
+Verbr.
-Batterie
Flussig
Battery
RS485