Toepassingsgebied
De module B kan niet als afzonderlijk apparaat, maar uit-
sluitend samen met een module A2 gebruikt worden. De
module B dient als uitbreiding van de module A2 uitsluitend
voor het laden van 12 V loodaccumulatoren, bestaande uit
6 afzonderlijke cellen (bijvoorbeeld autoaccu), met een capa-
citeit van 80 Ah – 230 Ah in verbinding met een module A2
en een capaciteit van 120 Ah – 360 Ah in verbinding met een
module A2 en een daarmee verbonden module A3.
Hij is universeel bruikbaar en ontworpen voor continue en
parallelle werking. Het preferente toepassingsgebied van
de laadautomaat zijn batterijen met gel, AGM of vloeibaar
elektrolyt.
Het apparaat is voor montage in caravans bestemd.
Gebruik niet conform de voorschriften
Niet gebruiken voor 6 V accu's of niet oplaadbare accu's!
Het apparaat mag niet voor het laden van 6 V loodaccumu-
latoren gebruikt worden. Indien er accu's met een nominale
spanning van 6 V met dit apparaat geladen worden, dan start
de gasvorming onmiddellijk. Er ontstaat explosief knalgas.
Het apparaat mag niet voor het laden van niet-heroplaadbare
accu's en / of nikkel-cadmium-accu's gebruikt worden.
Bij het laden van deze batterijtypes met dit apparaat kan het
omhulsel explosief openbarsten.
Beschrijving
Module B
8
7
6
Afb. 1: module B
1 Bevestigingswinkelhaak
2 Schroeven ter bevestiging van de klemruimteafdekking
3 Boring voor schroef M4 als randaardeverbinding
4 Klemruimteafdekking
5 Aansluitstrook 10-polig
6 Aansluitstrook 4-polig
7 Aansluitstrook 4-polig
8 Boring voor verbindingsschroef M4
1
5
4
Module A2 met module B
Door een aansluiting van de module B op de module A2
wordt de module A2 met de functies van een laadautomaat
uitgebreid. Dit is noodzakelijk wanneer de caravan autar-
kisch gebruikt dient te worden en een eigen toevoerbatterij
(batterij II) krijgt. Bovendien biedt de module B door de zonne-
regelaar de optie tot aansluiting van twee zonnepanelen met
ieder 85 W, een onderspanningscontrole voor de toevoerbat-
terij en een spanningslifter. De spanningslifter regelt bij een
ingangsspanning uit de tractiebatterij tussen 10 V en 14,5 V
zodanig, dat de toevoerbatterij tijdens het rijden altijd optimaal
gevoed wordt. Hij compenseert spanningsschommelingen en
vermogensverlies.
Een module B kan op eenvoudige wijze op de module A2
aangesloten worden. Nieuwe bedradingen zijn voor de toe-
voerbatterij, de zonne-installatie, de afzonderlijke hoofdscha-
kelaar en de temperatuurvoeler (optioneel) noodzakelijk. De
bestaande bedrading voor de module A2 kan ongewijzigd
blijven bestaan.
Module B
De module B is een product van de modernste, microges-
tuurde laadtechniek. Deze techniek laat hoge prestaties toe
bij een gering gewicht en kleine afmetingen. Door toepassing
van hoogwaardige elektronica werkt het toestel met hoge
werkingsgraad. Het automatische laden gebeurt behoedzaam
en zonder schadelijk overladen van de accu. Zo wordt de
levensduur van de accu aanzienlijk verlengd. Nadat de batterij-
aansluitingen op module B en de netaansluiting op module A2
tot stand gebracht zijn, is de module B in werking.
Door het indrukken van de hoofdschakelaar (drukknop met
LED op paneel MES module A / B of afzonderlijke schakelaar)
schakelt een relais in de module B. Dit relais schakelt de op
de module A2 aangesloten 12 V-verbruikers IN (de drukknop
is verlicht). Door de hoofdschakelaar opnieuw in te drukken,
schakelt dit relais de 12 V-verbruikers UIT.
De module B is voor parallelle werking en bufferwerking ont-
worpen. 12 V-verbruikers, die op de module A2 aangesloten
zijn, kunnen continu aangesloten blijven en mee ingeschakeld
of afgekoppeld worden. De verbruikers worden van stroom
voorzien en tegelijk wordt de accu geladen. De verbruiker-
stroom moet hierbij lager zijn dan de maximale laadstroom,
omdat er anders geen lading van de accu plaatsvindt.
De microprocessor van de module B neemt automatisch
het batterijlaadmanagement van de individuele laad-
stroombronnen voor zijn rekening.
Indien de module B samen met een temperatuurvoeler voor
de toevoerbatterij gebruikt wordt, regelt de module B de
laadspanning automatisch afhankelijk van de batterijtempera-
tuur. Hierdoor wordt een bijzonder effectieve en behoedzame
lading van de accu bereikt. Zonder gebruikmaking van een
temperatuurvoeler regelt de module B het laadproces zoals bij
3
2
een batterijtemperatuur van 20 °C.
Het toestel is geconcipieerd voor een werking in een om-
gevingstemperatuur tot 35 °C. Indien de temperatuur in het
toestel door gebrekkige luchtcirculatie of te hoge omgevings-
temperatuur stijgt, dan wordt de laadstroom automatisch
trapsgewijs gereduceerd.
Aansluiting op het net
Bij aansluiting op het net wordt de toevoerbatterij (batterij II)
van de caravan door de module B automatisch geladen en
worden de 12 V-verbruikers via module A2 uit de toevoerbat-
terij gevoed. In verbinding met een module A2 bedraagt de
maximale laadstroom 23 A. In verbinding met een A2 en een
daarmee verbonden module A3 bedraagt de maximale laad-
stroom 36 A. (laadkarakteristiek zie afb. 3).
35