Tijdens het openen van het behuizingsdeksel wordt de
machine uitgeschakeld. Het inschakelen is uitsluitend
bij een gesloten deksel mogelijk.
9.
Transport
• De machine mag alleen aan het frame of het onder-
stel worden geheven en getransporteerd. Voor het
transport mag nooit aan de veiligheidsvoorzieningen,
de instelgrepen of de zaagtafel worden geheven.
• Tijdens het transport moet de zaagband-veilig-
heidsinrichting zich in de onderstand stand en nabij
de tafel bevinden.
• Nooit aan de tafel heffen! Voor het transport moet de
machine worden losgekoppeld van het stroomnet.
• Om de rij-inrichting te gebruiken, steekt u de trans-
portgreep (19) in de opening van de transportgreep.
(Na het plaatsen van de transportgreep (19) deze
iets draaien zodat deze er niet uit kan glijden)
• Til de machine nu op aan de transportgreep (19) tot-
dat de machine op de beide achterste wielen (18)
staat en verplaatst kan worden.
• Let op het hoogste zwaartepunt van de machine (bo-
ven zwaarder).
10. Werkinstructies
Onderstaande adviezen vormen voorbeelden voor een
veilig gebruik van lintzagen.
De volgende veilige werkinstructies worden als bij-
dragen aan de veiligheid beschouwd, kunnen echter
niet voor elk gebruik geheel op maat zijn, volledig zijn
of worden toegepast. Deze adviezen kunnen niet alle
mogelijke, gevaarlijke omstandigheden behandelen en
moeten zorgvuldig worden geïnterpreteerd.
• Bij werkzaamheden in afgesloten ruimtes moet de
machine op een afzuiginstallatie worden aange-
sloten.
• Schakel de afzuiginstallatie in voordat u met de be-
werking begint.
• Gegevens in relatie tot de bij de machine geïnstal-
leerde spaander- en stofafzuiginrichting:
- vereiste luchtvolumestroom: 700 m
- Onderdruk bij een geadviseerde luchtsnelheid:
1500 PA
- Aanbevolen luchtsnelheid: 20 ms
88 | NL
• De tegendrukrol moet met een geringe afstand
aan de achterzijde van de lintzaagblad worden ge-
plaatst, zodra het lintzaagblad vrij loopt, nadat deze
is gespannen en de geleiding werd ingesteld, om te
voorkomen dat er groeven in de drukrol ontstaan,
wat het lintzaagblad kan beschadigen, en om het
lintzaagblad tijdens het zagen te ondersteunen.
• Gebruik uitsluitend scherpe zaagbanden.
• Als de machine buiten bedrijf is, bijv. na afloop van
de werkzaamheden, moet u de spanning van de
zaagband halen. Een overeenkomstige aanwijzing
voor het spannen van de zaagband moet voor de
volgende gebruiker op de machine worden aange-
bracht.
• Niet-gebruikte zaagbanden moeten worden verza-
meld en veilig op een droge plek worden bewaard.
Voor gebruik de banden controleren op defecten
(tanden, scheuren). Defecte zaagbanden niet ge-
bruiken!
• Bij het bedienen van de zaagbanden moeten de
juiste veiligheidshandschoenen worden gedragen.
• Voor aanvang van de werkzaamheden moeten alle
beschermings- en veiligheidsvoorzieningen op de
machine zijn gemonteerd.
• Reinig het lintzaagblad of de lintzaagbladgeleiding
nooit handmatig met een borstel of schraper als het
lintzaagblad draait. Zaagbanden met harsafzettin-
gen vormen een risico voor de werkveiligheid en
moeten regelmatig worden gereinigd.
• Voor uw persoonlijke veiligheid moeten tijdens de
werkzaamheden een veiligheidsbril en gehoorbe-
scherming worden gedragen. Bij lang haar een
haarnetje dragen. Losse mouwen moeten tot de el-
lebogen worden opgerold.
• Tijdens werkzaamheden de zaagbladgeleiding al-
tijd zo dicht mogelijk tegen het werkstuk plaatsen.
• Zorg in de arbeids- en werkomgeving van de machi-
ne voor voldoende lichtomstandigheden.
• Gebruik voor rechte zaagsnedes altijd de lengte-
aanslag om het kantelen of wegslippen van het
werkstuk te vermijden.
• Voor het bewerken van smalle werkstukken met
handtoevoer de schuifstok gebruiken.
h
• Voor versteksneden de zaagtafel in de overeenkom-
3
−1
stige positie brengen en het werkstuk tegen de leng-
teaanslag geleiden.
• Gebruik een veilige methode voor het zagen van
-1
tappen, bijv. een diepteaanslag.
• Gebruik voor het zagen van kleine wiggen een gelei-
dingsvoorziening.
www.scheppach.com