79
Opnieuw instellen op fabriekswaarden
De aandrijving kan indien nodig opnieuw worden ingesteld
op de fabriekswaarden. Door de pomp opnieuw op de
fabriekswaarden in stellen, worden alle door de gebruiker
geprogrammeerde instellingen gewist met uitzondering van
de tijd van de dag. Onderzoek vóór u de pomp opnieuw op
de fabriekswaarden instelt, of dit wel nodig is. De wijzigingen
worden namelijk onmiddellijk doorgevoerd.
Om de pomp in te stellen op de fabriekswaarden:
1. Schakel de pomp indien nodig uit door de Start/Stop-
toets in te drukken.
2. Noteer alle zelf ingevoerde instellingen met behulp van
Tabel 3. U vindt deze instellingen door op de toetsen "1",
"2", "3" en "Quick Clean" te drukken en alle schermen
te overlopen. Noteer ook de snelheid voor het vullen.
3. Druk de toetsen "1", "2", "3", en "Quick Clean" gedurende
3 seconden in.
4. Als de instelling op de fabriekswaarden gelukt is, geeft
het scherm het bericht "FACt rSt" weer. Zie Figuur 14.
5. Vergeet na het opnieuw instellen op de fabriekswaarden
niet het programma en de vulsnelheid opnieuw in te
stellen. De pomp kan pas opnieuw draaien wanneer
ze met de Start/Stop-toets wordt ingeschakeld. Bij
de eerste inschakeling draait de pomp volgens het
ingestelde programma.
Opmerking: de fabriekswaarden kunnen niet opnieuw
worden ingesteld wanneer de toetsen vergrendeld zijn.
FACt
Figuur 15: Opnieuw instellen op fabriekswaarden
Snelheid
SNELHEID 1
SNELHEID 2
SNELHEID 3
QUICK
CLEAN
Vulsnelheid
Tabel 3: Door de gebruiker ingestelde programma's
rSt
Duur
(rpm)
(Uren)
Starttijd
(Tijdsturing)