77
Priming (Aanzuiging)
Deze pomp wordt verzonden met de vulmodus INGESCHAKELD. Tenzij de instellingen voor het vullen
veranderd worden in het menu, dient u er rekening mee te houden dat de pomp tot de vulsnelheid zal
versnellen wanneer ze de eerste keer wordt ingeschakeld met de toets Start/Stop.
Controleer vóór het inschakelen van de pomp of de volgende voorwaarden vervuld zijn.
1. Ontluchtingsklep filter geopend.
2. Kleppen geopend.
3. Retourleiding zwembad volledig geopend en niet verstopt.
4. Water in pompmand.
5. Houd voldoende afstand van de filter of andere drukvaten.
Laat de pomp NIET droog draaien. Als de pomp droog draait, zal de mechanische afdichting beschadigd worden, waardoor
de pomp gaat lekken. In dat geval moet de beschadigde afdichting vervangen worden. Houd het water in uw zwembad
ALTIJD op het correcte peil (tot halverwege de skimmeropening). Als het waterpeil onder de skimmeropening zakt, zal de pomp lucht aanzuigen
via de skimmer waardoor geen water meer wordt aangezogen en de pomp droog gaat draaien. Dit heeft beschadiging van de afdichting tot
gevolg. Als de pomp zo blijft draaien, kan dat tot drukverlies leiden. Dat kan de pompbehuizing, het schoepenrad en de dichting beschadigen
en tot materiële schade en lichamelijke letsels leiden.
Het vullen gebeurt automatisch wanneer de VS2-pomp met
variabele snelheid vanuit stilstand wordt gestart, uitgezonderd
in de Quick Clean-modus. Het vullen begint standaard bij
2.850 rpm en duurt 5 minuten. Het scherm van de aandrijving
geeft achtereenvolgens de volgende informatie weer: "PrI -
Vulsnelheid, PrI -- Resterende tijd".
Zodra het vullen begonnen is, kan de snelheid op een
waarde tussen 3.450 en 1.700 rpm worden ingesteld met
de pijltoetsen "+" en "-". Als de snelheid op een waarde
lager dan 1.700 rpm wordt ingesteld, is de vulmodus niet
beschikbaar en zal de pomp onmiddellijk met de ingestelde
snelheid beginnen te draaien.
Wanneer de vulmodus niet beschikbaar is en de pomp vanuit
stilstand wordt gestart, toont het scherm gedurende 10
seconden de informatie "PrI - UIT" terwijl de pomp met de
geprogrammeerde snelheid draait (Zie Figuur 12). Dit geeft
de gebruiker de tijd om de vulmodus te activeren met de
pijltoets "+". Als de gebruiker de vulmodus opnieuw activeert,
daalt de pompsnelheid van de geprogrammeerde waarde tot
1.700 rpm. De gebruiker kan de vulsnelheid vanaf 1.700 rpm
verhogen door op de pijltoets "+" te drukken. De afteltimer
van 5 minuten begint te lopen wanneer de vulmodus wordt
ingeschakeld.
PrI
Figuur 12: deactivering vulmodus.
De installateur moet de vulsnelheid voldoende hoog instellen om
de pomp te vullen na een nieuwe installatie, maar niet zo hoog
dat veel energie wordt verspild tijdens de eerste vulperiode van
5 minuten. De tijd die de pomp nodig heeft voor het vullen, kan
veranderen afhankelijk van lokale omgevingsfactoren zoals de
temperatuur van het water, de luchtdruk en het waterpeil van
uw zwembad. Houd rekening met al die elementen wanneer
u de vulsnelheid instelt. In de meeste gevallen hoeft de pomp
echter niet met 2.850 rpm te draaien voor het vullen.
Test en controleer de gekozen vulsnelheden meer dan een keer
en laat het water steeds uit het systeem lopen tussen de tests.
Opmerking: de pompzeefmand moet altijd tot de onderzijde
van de ingang gevuld blijven om te voorkomen dat er lucht in
het systeem komt.
OFF