Koelmodus
Gebruik het apparaat voor koelen wanneer de buitentemperatuur tussen -10 en 46 °C ligt.
Als het binnen heel vochtig is (meer dan 80%), kan er dauw neerslaan op het luchtuitlaatrooster van
de binnenunit.
Druk op de knop voor het selecteren van de modus totdat
(Koelen) wordt weergegeven op het display.
Stel de gewenste ventilatorsnelheid in met de knop
(Ventilatorsnelheid). De instelling wordt weergegeven op het display.
(
Auto
)
(Superhoog)
Selecteer de gewenste kamertemperatuur met de
temperatuurknoppen
(u ziet de instelling op het display).
De ingestelde en de werkelijke temperatuur van de ruimte kunnen
verschillen, afhankelijk van de omstandigheden.
De temperatuur kan worden ingesteld tussen 16,0 °C en 32,0 °C.
Druk op de knop
wordt gestart. Druk nogmaals op de knop om het apparaat te stoppen.
START
De koelfunctie start niet als de ingestelde temperatuur hoger is dan de
huidige temperatuur in de ruimte (ook al brandt het bedrijfslampje
STOP
). De koelfunctie start zodra er een lagere temperatuur wordt ingesteld
dan de huidige temperatuur in de ruimte.
Omdat de instellingen in het geheugen van de afstandsbediening worden
opgeslagen, hoeft u de volgende keer alleen op de knop
te drukken.
Bij de ventilatorinstelling Auto wordt de ventilatorsnelheid automatisch
aangepast:
● A ls het verschil tussen de temperatuur in de ruimte en de ingestelde
temperatuur groot is, start de ventilator in de stand Superhoog.
● A ls de temperatuur in de ruimte de vooraf ingestelde temperatuur
heeft bereikt, wordt de ventilatorsnelheid verlaagd om een optimale
temperatuur en een natuurlijke, gezonde koeling te verkrijgen.
- 289 -
(Stil)
(Laag)
(Hoog)
(Medium)
(Aan/Uit). Er klinkt een pieptoon en het koelen
(Aan/Uit)