Verwarmingsmodus
● G ebruik het apparaat om de ruimte te verwarmen als de buitentemperatuur lager is dan 24 °C.
Als het te warm is (warmer dan 24 °C), werkt de verwarmingsfunctie mogelijk niet ter bescherming van
het apparaat.
Ontdooien
Ontdooien vindt circa één keer per uur plaats wanneer er ijs wordt gevormd op de warmtewisselaar
van de buitenunit en duurt 5~10 minuten per keer.
Tijdens het ontdooien knippert het bedrijfslampje in een patroon van 2 seconden aan en 1 seconde uit.
Het ontdooien duurt maximaal 20 minuten.
Als de binnenunit echter op een buitenunit van het multitype is aangesloten, is de maximale tijd voor
ontdooien 15 minuten.
(Als de leidingen langer zijn dan gebruikelijk, wordt er waarschijnlijk ijs gevormd.)
Druk op de knop voor het selecteren van de modus tot
(Verwarmen) wordt weergegeven op het display.
Stel de gewenste ventilatorsnelheid in met de knop
(Ventilatorsnelheid). De instelling wordt weergegeven op het display.
Auto
(
)
(Superhoog)
Stel de gewenste temperatuur voor de ruimte in met de
temperatuurknoppen (de instelling wordt weergegeven op het
display).
De ingestelde en de werkelijke temperatuur van de ruimte kunnen
verschillen, afhankelijk van de omstandigheden.
De temperatuur kan worden ingesteld tussen 16,0 °C en 32,0 °C.
Druk op de knop
START
apparaat start met verwarmen. Druk nogmaals op de knop om het
STOP
apparaat te stoppen.
Omdat de instellingen in het geheugen van de afstandsbediening worden
opgeslagen, hoeft u de volgende keer alleen op de knop
drukken.
Bij de ventilatorinstelling Auto wordt de ventilatorsnelheid automatisch aangepast:
● A ls het verschil tussen de temperatuur in de ruimte en de ingestelde
temperatuur groot is, start de ventilator in de stand Superhoog.
● A ls de temperatuur in de ruimte de vooraf ingestelde temperatuur
heeft bereikt, wordt de ventilatorsnelheid verlaagd om een optimale
temperatuur en een natuurlijke, gezonde verwarming te verkrijgen.
- 287 -
(Stil)
(Laag)
(Hoog)
(Medium)
(Aan/Uit). Er klinkt een pieptoon en het
(Aan/Uit) te