Speciale bedrijfsmodi
Voorverwarmen
(met
voorverwarmings-
batterij)
Ontdooien
Standaard ontdoo-
iprocedure
348
Deze paragraaf beschrijft het bedrijf van het systeem onder bijzondere omstandigheden.
Gegevens over de standaardbedrijfsmodi vindt u op pagina 9.
Is een voorverwarmingselement geïnstalleerd, kan de eenheid de buitenlucht (T1) ook
elektrisch verwarmen, zodat het vorstgevaar wordt verlaagd en de toevoerluchttemperatuur
wordt verhoogd. Is het voorverwarmingselementechter niet in staat de warmtewisselaar
vorstvrij te houden, start het ontdooiprogramma.
•
De vloerverwarming wordt aangestuurd via een complex algoritme, waarbij meerdere
sensoren betrokken zijn. Ze meten de temperaturen continu, terwijl het systeem het
energieverbruik tot een minimum beperkt.
•
De temperatuur van de buitenlucht wordt precies zo veel verhoogd dat de luchtstroom
kan worden gehandhaafd en de start van het ontdooiprogramma zoveel mogelijk wordt
vermeden.
•
De voorverwarming schakelt al naargelang de temperatuuromstandigheden om de 60
seconden 10% hoger/lager.
De gewenste waarden voor de temperaturen bij bedrijf met actief voorverwarmingselement-
zijn vast ingesteld en kunnen niet worden gewijzigd.
Bij koude omstandigheden waarbij de T1-buitenlucht onder -3 °C ligt en de condens in de
warmtewisselaar ijs zou kunnen vormen, begint de eenheid te ontdooien.
INFORMATIE
De ontdooistand is een veiligheidsstand. Tijdens het ontdooien kan de unit niet overschake-
len naar een andere werkingsmodus tot het ontdooien voltooid is. Als de ontdooistand actief
is, geeft de HRC4 dEF aan op het display.
Er zijn twee verschillende procedures voor ontdooien:
•
geen open haard in huis (standaardinstelling)
•
open haard in huis
U kunt de ontdooiprocedure wijzigen via de PC Tool. De instelpunten voor het ontdooien
kunnen echter niet worden gewijzigd.
De standaard ontdooiprocedure zonder open haard in de woning zal de volgende stappen in
werking stellen:
•
De snelheid van de toevoerluchtventilator neemt langzaam af totdat de minimale snel-
heid is bereikt.
•
Na 10 seconden schakelt de toevoerluchtventilator volledig uit, terwijl de afvoerlucht-
ventilator blijft draaien om het ijs te ontdooien met warme lucht uit de binnenruimten.
•
Wanneer het ontdooiproces is voltooid, start de toevoerluchtventilator op minimale snel-
heid en verhoogt deze snelheid tot de oorspronkelijk gewenste snelheid is bereikt.
Het ontdooiproces creëert een onderdruk in de woning. Afhankelijk van de luchtdichtheid
van de woning leidt de negatieve druk tot het volgende:
•
Als de woning niet volledig luchtdicht is, zal de "ontbrekende" toevoerlucht binnendrin-
gen via kleine lekken in de woningschil. In dit geval zijn de omstandigheden voor de
ontdooistand gunstig.
•
Als de schil van de woning volledig luchtdicht is en de "ontbrekende" toevoerlucht de
woning niet via andere wegen kan binnendringen, is ontdooien niet zo efficiënt en wordt
het alleen uitgevoerd bij lage/vriestemperaturen. LET OP! Onder dergelijke omstandig-
heden raden we het gebruik van een voorverwarmingsbatterij sterk aan .
INSTALLATIE- EN SERVICEHANDBOEK VOOR PROFESSIONALS
Veiligheid: Speciale bedrijfsmodi