– Gebruik het product in geen geval met een beschadigd netsnoer.
■
Een beschadigde stroomkabel mag alleen door de fabrikant, een door deze aangewezen werkplaats of een
daarvoor gekwalificeerde persoon worden vervangen om gevaarlijke situaties te voorkomen.
■
Zorg ervoor dat kabels niet worden afgekneld, geknikt of beschadigd door scherpe randen.
■
Leg kabels altijd zo dat niemand erover kan struikelen of erin verstrikt kan raken. Er bestaat risico op verwondin-
gen.
5.8 Soldeerbout
■
Plaats de soldeerbout altijd in de standaard/houder als u deze niet gebruikt.
■
Laat de soldeerbout niet onbeheerd achter als deze is ingeschakeld.
■
Raak de hete soldeerboutpunt niet aan om brandwonden te voorkomen.
■
Houd de soldeerboutpunt altijd uit de buurt van de voedingskabel.
■
Schakel de soldeerbout uit als u deze langere tijd niet gebruikt.
5.9 Heteluchtpistool
■
Hitte kan brandbare materialen ontsteken en brand veroorzaken.
– Houd brandbare materialen zoals ontvlambare gassen, dampen of stof uit de buurt.
– Onthoud dat warmte kan worden geleid naar brandbare materialen die zich uit het zicht bevinden.
– Laat het heteluchtpistool niet onbeheerd achter als het ingeschakeld is.
■
Richt de hete luchtstroom niet op mensen of dieren, omdat dit brandwonden kan veroorzaken!
■
Raak het heteluchtpistool niet aan om brandwonden te voorkomen.
■
Probeer geen punt uit het luchtpistool te verwijderen als het heet is om brandwonden te voorkomen.
■
Plaats het heteluchtpistool altijd in de houder als u deze niet gebruikt.
■
Zorg ervoor dat er voldoende ruimte is in de richting van waaruit het heteluchtmondstuk hete lucht afvoert. De
hete lucht kan brand veroorzaken als er niet voldoende ruimte is!
■
Gebruik het werkstation niet om vloeistoffen of gassen op te warmen.
■
Richt de hete luchtstroom niet op de hoofdunit, de voedingskabel, de slang of andere onderdelen.
5.10 Accessoires
■
Accessoires en onderdelen die niet compatibel zijn met het product kunnen het product beschadigen of gevaar
veroozaken. Gebruik alleen de meegeleverde onderdelen en accessoires.
5.11 Vervangingsonderdelen
■
Gebruik alleen vervaningsonderdelen die ontworpen zijn voor het product om gevaren te voorkomen.
67