Bij gebruik
Schakel het apparaat niet in als er mensen (vooral kinderen) of dieren in de buurt zijn. Zorg ervoor
-
dat kinderen niet met het apparaat spelen.
Onderbreek het werk als je merkt dat er mensen (vooral kinderen) of huisdieren in de buurt zijn.
-
Werken op steile hellingen kan gevaarlijk zijn. Zorg dat je stevig staat en maai langzaam. Maai altijd
-
dwars op de helling en niet op en neer. Wees vooral voorzichtig als je van richting verandert. Het
risico bestaat dat je omkantelt!
Maai niet op steile hellingen. Wees vooral voorzichtig wanneer u achteruit beweegt tijdens het
-
maaien en de grasmaaier naar u toe trekt.
Kantel de grasmaaier niet wanneer u de motor inschakelt.
-
Houd een veilige afstand aan zoals aangegeven door het handgreepframe.
-
Zet de motor pas aan als je voeten zich op een veilige afstand van het snijblad bevinden. Wees
-
voorzichtig en reik niet in het draaiende snijblad. Schakel de grasmaaier uit voordat u hem kantelt of
transporteert, bijv. van / naar het gazon of over paden. Rij nooit over grind terwijl de motor draait.
Er bestaat een risico om door stenen geraakt te worden!
Schakel de motor uit voordat u de grasmaaier optilt of vervoert, totdat het maaimes tot stilstand is
-
gekomen.
Pas de maaihoogte aan als de motor is uitgeschakeld en het maaimes tot stilstand is gekomen.
-
Open de uitwerpklep nooit terwijl de motor draait.
-
Voordat u de grasvanger verwijdert, moet u de motor uitschakelen en wachten tot het maaimes tot
-
stilstand is gekomen. Nadat u de grasvanger hebt geleegd, bevestigt u deze weer voorzichtig en
zorgt u ervoor dat de grasvanger stevig aan de grasmaaier is bevestigd.
Maai indien mogelijk geen nat gras. Werk niet met het tuingereedschap in een omgeving met
-
explosiegevaar waar ontvlambare vloeistoffen, gassen of stof aanwezig zijn.
Laat het apparaat nooit onbeheerd achter wanneer u het werk onderbreekt en berg het op een
-
veilige plaats op.
Na gebruik z
Trek altijd de stekker uit het stopcontact als u de grasmaaier onbeheerd achterlaat.
-
Schakel het apparaat uit en plaats het pas daarna op een veilige plaats.
-
Bewaar het apparaat niet binnen het bereik van kinderen.
-
Zorg ervoor dat de ventilatiesleuven in het apparaat schoon zijn.
-
Houd alle moeren, bouten en schroeven aangedraaid om ervoor te zorgen dat de grasmaaier in
-
veilige staat is.
Controleer de grasvanger regelmatig op slijtage of schade.
-
Gebruik alleen een maaimes dat bedoeld is voor deze grasmaaier.
-
Laat reparaties alleen uitvoeren door een gekwalificeerde technicus of een servicecentrum.
-
106