13. Instelling van de vermenging
De apparaat onthardt het ruwe water tot 0 °dH.
Volledig onthard water wordt niet aanbevolen voor menselijke consumptie.
Dit kan ook corrosieschade veroorzaken aan metalen pijpleidingen.
Daarom raden we aan om het ontharde water te mengen (6-8°dH) met ruw water.
Optie 1 - geïntegreerd mengventiel op de
regelkop
Door aan de stelschroef te draaien, verandert
u de vermenging met ruw water.
Draai rechtsom: De waterhardheid wordt
verhoogd.
Draai linksom: De waterhardheid neemt af.
We raden aan om over het montageblok te mengen.
Het resultaat is nauwkeuriger. Bovendien is het montageblok gemaakt van messing en dus
robuuster.
Controleer de waterhardheid op een aftappunt (monsterafnamekraan op het montageblok) in de
buurt van het apparaat met een waterhardheidsmeetset (titratieoplossing).
Laat het water permanent uit de kraan lopen. Meet de waterhardheid alleen met koud water (warm
water wordt door het verwarmingselement geleid en wordt slechts geleidelijk zachter).
Afhankelijk van de afstand tot het aftappunt kan het lang duren voordat de nieuw gemengde
waterhardheid gemeten kan worden. (Meet daarom direct bij de monsterafnamekraan op het
montageblok)
Stel de waterhardheid van het mengsel in op 6-8 °dH.
Het beste is om de dichtstbijzijnde kraan half open te draaien en de waterhardheid aan te passen.
Optie 2 - Gleufschroef op het montageblok
Gleufschroef voor
instelling van
resthardheid
Door aan de gleufschroef te draaien,
verandert u eveneens de vermenging met ruw
water.
Draai linksom: De waterhardheid wordt
verhoogd.
Draai rechtsom: De waterhardheid neemt af.
231