CoolAir
➤ Plaats de bevestigingshouders onder het cabinedak (afb. a).
Schuif de bevestigingshouders hierbij tussen het cabinedak (chassis) en de
hemelbekleding (indien aanwezig).
A
LET OP! Gevaar voor schade
De bevestigingshouders moeten op een vaste ondergrond worden gepositio-
neerd, omdat de installatie door de houders tegen het dak van de bestuurders-
cabine wordt gedrukt. Het oplegvlak van de bevestigingshouders moet aan
elke kant tenminste 40 mm bedragen.
A
LET OP! Gevaar voor schade
Overschrijd nooit het aangegeven aandraaimoment. Dit is de enige manier om
ervoor te zorgen dat de schroefdraadbussen er niet uit worden getrokken.
➤ Bevestig de standairco zoals afgebeeld (afb. a).
➤ Vereiste lengte van de zeskantbout M8 bepalen:
Schroeflengte = afstand tussen de onderrand van de bevestigingshouder en
de onderrand van het systeem plus 5–9 mm.
Kort de zeskantschroef in tot de berekende maat, indien nodig.
7.7
De elektrische voedingskabels leggen
D
GEVAAR! Explosiegevaar
Voor EX/III- en FL-voertuigen (in overeenstemming met de ADR-richtlijn) moet
er een accuhoofdschakelaar worden gemonteerd.
!
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel
• De elektrische aansluitingen mogen alleen worden gemaakt door deskun-
dig technisch personeel met de juiste specialistische kennis.
• Voor werkzaamheden aan elektrische componenten moet ervoor worden
gezorgd deze stroomloos zijn.
A
LET OP! Gevaar voor schade
• De aansluiting op het elektrisch systeem van het voertuig moet worden
beveiligd met een zekering van 40 A (RTX 24 V)/80 A (RTX 12 V) voor de
stroomvoorziening en een zekering van 2 A voor de spanningsmeter.
• De accu moet in staat zijn de vereiste stroom en spanning te leveren (hoofd-
stuk „Technische gegevens" op pagina 111).
• De voedingskabel zonder spanning leggen en op regelmatige afstanden
met kabelbinders vastzetten.
Sluit de installatie direct op de hoofdverdeler aan.
Vraag de fabrikant van uw voertuig naar de specificaties van de hoofdverdeler.
NL
Montage
107