CoolAir
• De meegeleverde montageonderdelen mogen bij de montage niet eigen-
machtig worden gewijzigd.
• De ventilatieopeningen mogen niet worden afgedekt (minimumafstand tot
andere aanbouwdelen: 100 mm).
• Neem bij de installatie van het systeem en bij de elektrische aansluiting de
richtlijnen van de voertuigfabrikant in acht.
I
INSTRUCTIE
Nadat u het systeem hebt gemonteerd, moeten de vastgelegde parameters
van de systeemsoftware worden gecontroleerd (hoofdstuk „De systeemsoft-
ware configureren" op pagina 109).
7.2
Uitsparing maken (indien nodig)
I
INSTRUCTIE
Om het maken van de uitsparing te vereenvoudigen, bevat de verpakking van
de inbouwset een sjabloon.
➤ Maak een opening van 505 mm x 500 mm met ronde hoeken met een straal
van R25 (afb. 6, pijl = voorwaartse richting).
I
INSTRUCTIE
Voer al het afvalmateriaal gescheiden af. Neem hierbij de plaatselijke afvoer-
voorschriften in acht.
7.3
Dakraam demonteren
Ga als volgt te werk (afb. 7):
➤ Verwijder alle schroeven en bevestigingen voor het bestaande dakraam.
➤ Verwijder het dakraam.
➤ Verwijder het afdichtingsmateriaal rond de uitsparing, zodat het oppervlak
schoon en vetvrij is.
I
INSTRUCTIE
Voer al het afvalmateriaal, inclusief lijm, silicone en afdichtingen gescheiden af.
Neem hierbij de plaatselijke afvoervoorschriften in acht.
NL
Montage
105