• Maak het product regelmatig schoon met een voch-
tige doek en een beetje zachte zeep. Gebruik geen
reinigingsmiddelen of oplosmiddelen; deze kunnen
de kunststofonderdelen van het product aantasten.
• Let op dat er geen water in het product binnendringt.
Het indringen van water vergroot het risico op een
elektrische schok.
• Slang en spuitgereedschap moeten voor de reini-
ging van de compressor worden losgekoppeld. De
compressor mag niet met water, oplosmiddelen of
soortgelijk worden gereinigd.
11.2 Onderhoud van het luchtfilter (afb. 11)
Het luchtfilter voorkomt het inzuigen van stof en vuil.
Het is noodzakelijk om dit luchtfilter ten minste elke
300 bedrijfsuren te reinigen. De capaciteit van de com-
pressor neemt namelijk aanzienlijk af als het luchtfilter
verstopt is.
Ga hierbij als volgt te werk:
1.
Verwijder de luchtfilterafdekking (1) door de bout
(1c) te openen. Gebruik een kruiskopschroeven-
draaier (niet meegeleverd).
2.
Verwijderen het luchtfilter (1a).
3.
Klop de luchtfilterafdekking (1), het luchtfilter (1a)
en het luchtfilterhuis (1b) voorzichtig uit.
4.
Vervang een defecte luchtfilter (1a) door een nieuwe.
5.
Plaats het luchtfilter (1b) in het luchtfilterhuis (1b)
en monteer de luchtfilterafdekking (1) met de bout
(1c) vast.
11.3 Onderhoud van het drukvat (afb. 12)
LET OP
Om het drukvat in goede staat te houden, moet u na
elk gebruik het condenswater aftappen door de aftap-
plug te openen.
LET OP
Het condenswater uit het drukvat bevat olieresten.
Voer het condenswater af overeenkomstig de lokale en
nationale milieuvoorschriften. Let op dat het niet in het
afvalwatersysteem terechtkomt.
1.
Laat de keteldruk ontsnappen zoals beschreven
onder 12.1.
2.
Open de aftapplug (7) door deze linksom te draai-
en (gezien vanaf de onderzijde van de compressor
op de bout).
3.
Om het condenswater volledig uit het drukvat (5) te
laten lopen, moet het iets opzij worden gekanteld,
zodat de aftapschroef (7) het laagste punt is.
4.
Draai vervolgens de aftapplug (7) weer vast
(rechtsom). Controleer (5) vóór elk gebruik het
drukvat op roestvorming en beschadigingen.
5.
De compressor mag niet gebruikt worden als het
drukvat beschadigd of roestig is. Neem contact op
met de klantenservicewerkplaats als u beschadi-
gingen constateert.
11.4 Veiligheidsklep (afb. 1)
De veiligheidsklep (2) is ingesteld op de maximaal toe-
gestane druk van het drukvat. Het is verboden om de
veiligheidsklep (2) te verstellen of de verbindingszeke-
ring (2b) tussen de aftapmoer (2a) en de dop (2c) te
verwijderen.
De veiligheidsklep moet elke 30 bedrijfsuren, ten min-
ste 3 keer per jaar worden bediend, zodat deze correct
functioneert als dit nodig mocht zijn.
Ga hierbij als volgt te werk:
1.
Om de geperforeerde aftapmoer (2a) te openen,
draai hem linksom en trek de klepstang met de
hand naar buiten over de geperforeerde aftap-
moer (2a) om de uitlaat van de veiligheidsklep (2)
te openen. De klep laat nu hoorbaar lucht uit.
2.
Draai vervolgens de aftapmoer (2a) weer rechts-
om vast.
11.5 Controle van het oliepeil (afb. 13)
LET OP
Productbeschadiging
Als het product zonder olie, met te weinig olie of met af-
gewerkte olie wordt gebruikt, kan dit leiden tot schade
aan het product.
- Gebruik geen afgedankte olie!
- Controleer het oliepeil voor elke ingebruikname.
1.
Plaats het product op een vlak, recht oppervlak.
2.
Controleer het oliekijkglas (9a) of er voldoende olie
in het product zit.
3.
Als er geen olie in het oliekijkglas (9a) te zien is,
vul dan olie bij zoals bij 11.6.2 beschreven.
11.6 Olieverversing (afb. 13)
LET OP
Milieuschade!
Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen.
De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterveront-
reiniging leiden.
- Olie uitsluitend vullen/aftappen op vlakke, stevige
ondergronden.
www.scheppach.com
NL | 77