6. Draai na het spannen de vier moeren (13e) en de
borgmoeren (13d) weer vast. Gebruik hiervoor een
steeksleutel SW 13 mm.
7. Plaats de snaarafdekking (13) en bevestig deze met
de twee bouten (13a). Gebruik hiervoor een steeks-
leutel SW 13 mm.
12.2.4
De motorolie onderhouden
LET OP
Productbeschadiging!
Als het product zonder of met te weinig motorolie wordt
gebruikt, kan dit tot motorschade leiden.
– Vul de tank met brandstof en olie voordat u de ma-
chine start. Het product wordt geleverd zonder mo-
torolie.
LET OP
Milieuschade!
Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De
vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreini-
ging leiden.
– Olie uitsluitend vullen/aftappen op vlakke, stevige
ondergronden.
– Gebruik een vulpijp of trechter.
– Vang afgetapte olie in een geschikte container op.
– Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwij-
der de doek conform de lokale voorschriften.
– Verwijder olie conform de lokale voorschriften.
12.2.4.1
Oliepeil controleren (afb. 7)
Controleer regelmatig voor elke ingebruikname het olie-
peil. Een te laag oliepeil kan de motor beschadigen.
1. Start de motor zoals onder 10.1 beschreven.
2. Laat de motor kort warmlopen.
3. Schroef de oliepeilstok (11) los.
4. Veeg de oliepeilstok (11) met een schone, pluisvrije
doek schoon.
5. Voer de oliepeilstok (11) weer in, zonder de oliepeil-
stok (11) weer vast te schroeven.
6. Trek de oliepeilstok (11) eruit en lees in horizontale
positie het oliepeil af. Het oliepeil moet zich binnen de
markering op de oliepeilstok (11) bevinden.
7. Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen
hoeveelheid motorolie toe zoals beschreven in 6.
8. Schroef de oliepeilstok (11) vervolgens weer vast.
12.2.4.2
Olieverversing (afb. 16)
De motorolie heeft invloed op de prestaties en levensduur
van het product.
Gebruik een motorolie voor 4-taktmotoren.
SAE 10W-40 of SAE 15W-40 wordt aanbevolen voor al-
gemeen gebruik.
Het verversen van de motorolie moet bij een bedrijfswar-
me motor worden uitgevoerd.
1. Zorg voor een opvangbak om de verbruikte olie in op
te vangen.
2. Verwijder de flexslang (6a) uit de houder om de mo-
torolie af te tappen. Gebruik hiervoor een steeksleutel
SW 13 mm.
3. Schroef de oliepeilstok (11) los.
4. Wacht tot alle motorolie in de opvangbak is afgetapt.
5. Monteer de flexibele slang (6a) weer in de houder.
6. Vul de olietank zoals beschreven in 6.
7. Start de motor zoals onder 10.1 beschreven.
8. Laat de motor kort warmlopen.
9. Meng het oliepeil zoals beschreven in 12.2.4.1.
10. Voer de afgewerkte olie op correcte wijze af.
12.2.5
LET OP
Vul de tank niet te vol! Te veel olie in de excenter kan
de prestaties verminderen en de excenter oververhitten.
Door het gewicht, adviseren wij u deze werkzaamheden
met twee personen uit te voeren! Wij adviseren de excen-
trische olie na 300 bedrijfsuren te verversen. Voer het
verversen van de excentrische olie uitsluitend uit als de
excenter is afgekoeld. Aanbevolen tandwielolie met een
lage viscositeit SAE 10W-40.
1. Tap de brandstof af zoals beschreven in 13.1.2.
2. Tap de motorolie af, zoals beschreven in 12.2.4.
3. Verwijder de olieaftapplug (8a) aan de bovenkant van
de excentrische behuizing.
4. Tap de olie af in een kuip door het product naar voren
te kantelen.
5. Plaats het product terug in de uitgangspositie.
6. Vul de excenter (8) met licht lopende transmissieolie
(SAE 10W40) met behulp van een trechter. Let op de
max. vulhoeveelheid zoals in 6 aangegeven.
7. Schroef de olieaftapplug (8a) weer vast.
www.scheppach.com
Vervanging van de excentrische olie
(afb. 17, 18)
NL | 85