• Verricht geen werkzaamheden met het product in een
explosiegevaarlijke omgeving.
• Houd kinderen en andere personen tijdens het ge-
bruik uit de buurt van het product. Bij afbuiging kunt u
de controle over het product verliezen.
7.4
Veiligheid bij het omgaan met
brandstof
GEVAAR
Brand- en explosiegevaar!
Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en eventueel
exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs
de dood.
• Neem veiligheidsmaatregelen bij de omgang met
brandstof om het risico op ernstige verwonding te ver-
minderen.
• Gebruik een geschikte jerrycan voor brandstof bij het
vullen of aftappen van de tank.
• Houd brandstof uit de buurt van vonken, open vuur,
waakvlammen, warmtebronnen en andere ontste-
kingsbronnen.
Niet roken!
• Controleer vanwege veiligheidsredenen de brandstof-
leiding, brandstoftank, tankdop en aansluitingen regel-
matig op beschadigingen, veroudering (breekbaar-
heid), op correcte bevestiging en ondichte plaatsen en
vervang deze indien nodig.
• Vul de tank uitsluitend bij in de buitenlucht en rook
niet tijdens het tanken.
• Brandstof moet voor het starten de motor worden bij-
gevuld. Open de tankdop niet terwijl de motor loopt of
onmiddellijk na het uitschakelen van het product en
vul geen brandstof bij.
• Schakel voor het tanken de verbrandingsmotor uit en
laat deze afkoelen.
• Open de tankdop voorzichtig en langzaam. Drukcom-
pensatie afwachten en pas daarna de tankdop volle-
dig afnemen.
• Gebruik voor het tanken een geschikte trechter of een
invoerbuis, zodat er geen brandstof op de verbran-
dingsmotor en behuizing kan terechtkomen.
Vul de brandstoftank niet te vol!
• De tankdop moet na elke keer tanken correct opge-
schroefd en aangehaald worden. Het product mag
zonder opgeschroefde originele tankdop niet in ge-
bruik worden genomen.
• Indien brandstof is overstroomd, de verbrandingsmo-
tor pas starten, nadat de met brandstof vervuilde vlak-
ken zijn gereinigd. Elke ontstekingspoging moet wor-
den vermeden totdat de brandstofdampen zijn ver-
dampt (droogvegen).
• Bewaar brandstof alleen in daarvoor bedoelde contai-
ners (jerrycans).
• Bewaar nooit het product met brandstof in de tank bin-
nen een gebouw. Ontstane brandstofdampen kunnen
met open vuur en vonken in aanraking komen en zich
ontsteken.
78 | NL
• Product en brandstoftank niet in de buurt van verwar-
mingen, warmtestralers, lasapparaten of andere
warmtebronnen neerzetten.
• Laat de motor afkoelen voordat u het product in een
gesloten ruimte opslaat.
• Houd kinderen uit de buurt van brandstoffen.
7.5
Gebruik en onderhoud van het
product
• Til of draag het product nooit als de motor draait.
• Ga niet met geweld met het product om.
• Verander de instelling van de toerentalregelaar van de
motor niet en laat de motor niet oververhitten. Het toe-
rental regelt de veilige maximale werksnelheid en be-
schermt de motor en alle draaiende delen tegen scha-
de door overmatige snelheid. Neem bij problemen
contact op met de klantenservice.
• Laat de motor niet op hoge snelheid draaien als u niet
verdicht.
• Houd handen en voeten uit de buurt van de roterende
onderdelen.
• Vermijd contact met hete brandstof, olie, uitlaatgassen
en hete oppervlakken. Raak de motor of de uitlaat-
demper niet aan. Deze onderdelen worden bijzonder
warm tijdens het gebruik. Ze zijn nog steeds warm,
zelfs korte tijd nadat het product is uitgeschakeld.
• Laat de motor afkoelen voordat u onderhouds- of rei-
nigingswerkzaamheden uitvoert of het apparaat op-
ruimt.
• Als het product ongewone geluiden of trillingen gaat
maken, schakelt u de motor direct uit, koppelt u de
bougiekabel los en zoekt u naar de oorzaak. Onge-
bruikelijke geluiden of trillingen zijn meestal een teken
van storing.
• Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde hulp-
stukken en accessoires. Bij het niet in acht nemen,
kan dit leiden tot letsel.
• Onderhoud het product zorgvuldig. Controleer of be-
wegende delen probleemloos functioneren en niet
klemmen, of onderdelen gebroken of beschadigd zijn,
waardoor de functie van het product wordt beïnvloed.
Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het
elektrische product eerst repareren. Veel ongevallen
ontstaan door slecht onderhouden producten.
• Houd de motor, de geluiddemper en de brandstoftank
vrij van stof, takken en bladeren. Brandgevaar!
• Dompel het product om te reinigen nooit onder in wa-
ter of andere vloeistoffen.
• Houd handgrepen droog, schoon en vrij van olie en
vet. Handgrepen en veiligheidsvoorzieningen mogen
niet beschadigd zijn.
• Wij adviseren u, om het product direct na elk gebruik
te reinigen.
• Voer de afgewerkte olie op correcte wijze af.
• Bewaar het product op een droge plek, buiten het be-
reik van kinderen.
www.scheppach.com