Bediening
6.4
Gras maaien
Let op de laadtoestand van de accu´s en laad ze
op tijd op:
■
Onder de 40%: Rij- en maaiwerksnelheid
worden automatisch lager.
■
Onder de 30%: De verlichte regel (02/13) op
het display knippert rood en het akoestische
signaal wordt om de seconde gegeven.
■
Onder de 10%: De laadtoestandsweergave
(02/14) knippert rood en het akoestische sig-
naal wordt om de seconde gegeven.
6.4.1
Maaiwerk inschakelen
1. De zitmaaier naar het te maaien gazon rij-
den.
Opmerking: Start het maaiwerk niet op een
stenige ondergrond of als het gras erg hoog
is.
2. Zitmaaier stoppen.
3. Maaiwerkschakelaar (05/1) omhoogtrekken.
4. Langzaam en voorzichtig beginnen te rijden.
6.4.2
Rijsnelheid en toerental van de
snijmessen aanpassen
Pas de rijsnelheid en het toerental van de snij-
messen op de hoogte van het gras aan:
■
Laag gras: laag toerental van de snijmessen
+ hoge rijsnelheid
■
Hoog gras: hoog toerental van de snijmessen
+ lage rijsnelheid
Toets "Toerental snijmessen": zie Hoofdstuk
3.7.2 "Bedieningspaneel met display (02)", pagi-
na 73.
6.4.3
Met constante snelheid rijden
(Tempomat®)
De Tempomat
werkt alleen bij het vooruitrijden.
®
Tempomat
inschakelen
®
1. Langzaam op het vooruit-pedaal (03/1) trap-
pen tot de gewenste rijsnelheid is bereikt.
2. Toets "Tempomat
3. Voet van het rijpedaal nemen. De zitmaaier
rijdt met constante snelheid.
Tempomat
uitschakelen
®
■
Op het rempedaal (04/1) trappen. OF:
■
Vooruit-pedaal (03/1) of achteruit-pedaal
(03/2) intrappen. OF:
■
Toets "Tempomat
ken.
494504_a
" (02/4) indrukken.
®
" (02/4) opnieuw indruk-
®
6.4.4
Achteruit maaien
WAARSCHUWING! Kans op ongevallen
bij het achteruit maaien! Gevaar voor botsingen
met personen en voorwerpen die zich achter de
zitmaaier bevinden. Ernstig letsel is mogelijk.
■
Houd het gebied achter u in de gaten tijdens
het achteruitmaaien!
■
Achteruitmaaien enkel indien nodig!
Vereisten: De zitmaaier is ingeschakeld.
Achteruitmaaien inschakelen
1. Vooruit-pedaal (03/1) loslaten tot de zitmaai-
er stilstaat.
2. Maaihoogte instellen (zie Hoofdstuk 6.3
"Maaihoogte instellen", pagina 80).
3. Maaiwerkschakelaar (05/1) voor het inscha-
kelen van het maaiwerk omhoogtrekken.
4. Toets "achteruitmaaien" indrukken.
5. Langzaam op het achteruit-pedaal (03/2)
trappen tot de gewenste rijsnelheid is bereikt.
Hierbij de omgeving aan de achterkant goed
in de gaten houden.
Achteruitmaaien uitschakelen
■
Als u weer vooruit wilt rijden:
■
Achteruit-pedaal loslaten.
■
Op het vooruit-pedaal trappen.
OF:
■
Als u met uitgeschakeld maaiwerk weer ach-
teruit wilt rijden: Maaiwerkschakelaar (05/1)
omlaag drukken.
6.4.5
Maaiwerk uitschakelen
1. Maaiwerkschakelaar (05/1) omlaag drukken.
6.4.6
Grasopvangbak legen
De zitmaaier heeft een met de hand bediende
grasopvangbak met een telescopische hendel.
■
De grasopvangbak wordt vanaf de bestuur-
dersstoel geleegd.
■
Wanneer met ingeschakeld maaiwerk de
grasopvangbak omhoog wordt geklapt of
wordt opgehangen, wordt het maaiwerk auto-
matisch uitgeschakeld.
■
Wanneer de grasopvangbak gevuld is, klinkt
een akoestisch signaal en de statusweergave
"grasopvangbak" gaat branden. Uiterlijk nu
moet de grasopvangbak worden geleegd.
■
Als de grasopvangbak te vol is verstopt het
uitwerpkanaal. Maak de grasopvangbak op
tijd leeg.
1. Maaiwerk uitschakelen.
®
81