Ingebruikname
5.3
Bandenspanning controleren (12)
De juiste bandenspanning is een belangrijke
voorwaarde voor een recht staand maaiwerk en
dus ook voor een gelijkmatig gemaaid gazon. De
juiste bandenspanning staat vermeld in de tech-
nische gegevens.
Controleer de bandenspanning voor ieder ge-
bruik.
1. Beschermkap losdraaien.
2. Drukmeter aansluiten.
3. Bij te weinig bandenspanning: Band met een
geschikte luchtpomp tot aan de juiste waarde
oppompen.
4. Beschermkap weer vastdraaien.
OPMERKING 1 PSI = 0,07 bar.
5.4
Grasopvangbak ophangen en afnemen
(14, 15)
Grasopvangbak vasthaken
1. Grasopvangbak in de twee haken (14/1,
14/2) aan de zitmaaier gekanteld ophangen
(15/a). De grasopvangbak hierbij aan de
voorste handgreep (15/1) en aan de achter-
ste handgreep (15/2) vastpakken.
Opmerking: De grasopvangbak moet sym-
metrisch opgehangen worden.
2. Grasopvangbak omlaag kantelen (15/b) tot
hij tegen de zitmaaier aan ligt en vastklikt(15/
c).
3. Controleer of de grasopvangbak correct is
bevestigd: De grasopvangbak moet recht op-
gehangen en de contactschakelaar van de
grasopvangbak (15/3) moet bediend zijn.
Grasopvangbak afnemen
Ga voor het afnemen van de grasopvangbak in
de omgekeerde volgorde te werk.
5.5
Functiecontrole voor ieder gebruik
Voer voor ieder gebruik de in het onderhouds-
rooster vermelde functiecontroles uit: zie zie
Hoofdstuk 8.4 "Regelmatige onderhoudswerk-
zaamheden (onderhoudsrooster)", pagina 84.
5.6
Controle van de veiligheids- en
beschermingsvoorzieningen
Controleer de veiligheids- en beschermingsvoor-
zieningen voor ieder gebruik van de zitmaaier.
Voer alle controles op een vlakke ondergrond uit,
zodat de zitmaaier niet onbedoeld kan rollen.
494504_a
WAARSCHUWING! Gevaar bij de contro-
le van de veiligheidsvoorzieningen! De contro-
le van veiligheidsvoorzieningen mag enkel vanaf
de bestuurdersstoel worden uitgevoerd en wan-
neer er geen personen of dieren in de buurt zijn!
Controle van de veiligheids- en beschermings-
voorzieningen: zie Hoofdstuk 3.4 "Veiligheids- en
beveiligingsvoorzieningen", pagina 70.
5.6.1
Contactschakelaar van de maaier
controleren
Vereisten: De rijmotor is uit en de parkeerrem ge-
activeerd.
1. Ga op de bestuurdersstoel zitten.
2. Maaiwerkschakelaar (05/1) voor het inscha-
kelen van het maaiwerk omhoogtrekken.
3. Veiligheidssleutel (02/1) in de spleet naast
het display steken.
4. Aan-/Uit-toets (02/2) voor het inschakelen
van de zitmaaier indrukken.
5. Op het vooruit-pedaal (03/1) trappen.
OPMERKING De motoren voor de rijaandrij-
ving en voor het maaiwerk mogen niet starten!
5.6.2
Contactschakelaar van de stoel
controleren
Vereisten: De rijmotor is uit en de parkeerrem ge-
activeerd.
1. Ga op de bestuurdersstoel zitten.
2. Veiligheidssleutel (02/1) in de spleet naast
het display steken.
3. Aan-/Uit-toets (02/2) voor het inschakelen
van de zitmaaier indrukken.
4. Maaiwerkschakelaar (05/1) voor het uitscha-
kelen van het maaiwerk omlaag drukken.
5. Om de parkeerrem te deactiveren de schake-
laar (04/2) omlaag schuiven.
6. Langzaam op het vooruit-pedaal (03/1) trap-
pen.
7. Maaiwerkschakelaar (05/1) voor het inscha-
kelen van het maaiwerk omhoogtrekken.
8. Stoel ontlasten door kort op te staan, echter
niet afstappen!
OPMERKING De motoren voor de rijaandrij-
ving en voor het maaiwerk moeten uitschakelen!
5.6.3
Contactschakelaar van de
grasopvangbak controleren
Vereisten: De rijmotor is uit en de parkeerrem ge-
activeerd.
®
79