De volgende verbindingen moeten worden verme‑
den, omdat ze bij gebruik van een niet‑vergrende‑
lende karabijnhaak kunnen leiden tot onbedoeld
openen en losraken van de karabijnhaak:
• directe verbinding van een karabijnhaak met
een horizontale reddingslijn.
• twee (of meer) karabijnhaken die met een
D‑ring verbonden zijn.
• twee met elkaar verbonden karabijnhaken.
• een karabijnhaak die is verbonden met het
geïntegreerde verbindingsmiddel.
• een karabijnhaak die is bevestigd aan een lus
of band.
• ongeschikte afmetingen van de D‑ring, de haak
of een ander verbindingspunt in verhouding tot
de afmetingen van de karabijnhaak, waardoor
de karabijnhaakhouder omlaag kan worden
gedrukt door een draaibeweging van de kara‑
bijnhaak.
6.1 Incompatibele verbindingen
NO!
NO!
NO!
NO!
6.2 Compatibele verbindingen
7 Technische gegevens
7.1 Eigenschappen
Minimale breuksterkte: 22 kN
7.2 Afmetingen
Gewicht: ca. 0,35 kg
Lengte: 19 cm
Breedte: 6,8 cm
Aansluitmaat: 5,1 cm
7.3 Materiaal
Roestvaststaal
Polyamide
7.4 Naleving van de regelgeving
ANSI Z359.18‑2017 Type A, EN 795:2012 Type B
(CE 0161), OSHA 1910 en 1926, EU 2016/425
nl
41