0805
Te hoge motortemperatuur.
0806
Niet-conforme elektrische systeem perifere
busspanning.
0808
Geblokkeerde rotor.
De motor startte niet door een mechanische blokke-
ring of een probleem met de interne bedrading van
de aandrijving.
0809
Accuspanning hoger dan maximaal toegestaan.
0810
Niet-conforme stroomsensor
0811
Overmatige stroomdetectie.
1101
Communicatieprobleem tussen motor (aandrijfeen-
heid) en display.
1102
Displaytoets(en) in ingedrukte en/of vergrendelde
toestand.
• Display LCD - CDC13-BT
Overzicht van bedieningsorganen en symbolen
1.
Indicatielampje activering licht
2.
Assist: indicator van het geselecteerde niveau van
trapondersteuning (numerieke waarde)
3.
Fout: indicatielampje detectie bedrijfsstoring
4.
Indicatielampje voor activering van de functie Trapondersteuning
5.
Digitale snelheidsmeter: aanduiding van de momentane snelheid
bij gebruik (Km/u of MPH)
6.
AVG: weergave van de gemiddelde snelheid die tijdens het
laatste gebruik werd geregistreerd (Km/u of MPH)
7.
MAX: weergave van de maximumsnelheid die tijdens het laatste
gebruik werd geregistreerd (Km/u of MPH)
8.
TRIP: weergave van gedeeltelijk afgelegde afstand (km of mijl)
9.
ODO: weergave van de totale afgelegde afstand (in km of mijl)
10. Snelheidsmodus die overeenkomt met het geselecteerde trapondersteuningsniveau (ECO-STD-Turbo)
Schakel het product tijdelijk uit om de rele-
vante onderdelen te laten afkoelen.
Neem contact op met de erkende technische
dienst in geval van frequente storingsmeldin-
gen.
Neem contact op met de erkende technische
dienst.
Neem contact op met de erkende technische
dienst.
Vervanging van de accu.
Neem contact op met de erkende technische
dienst.
Neem contact op met de erkende technische
dienst.
Controleer of de bedrading correct is aang-
esloten en onbeschadigd is.
Handmatig de displayknoppen bedienen om
de druk en/of de status van de vergrendeling
op te heffen.
Fig.A
366