4 Veiligheidsinstructies
► De aansluitkabel opwikkelen en aan de
acculader bevestigen.
4.12
Opslaan
4.12.1
Motorzeis
WAARSCHUWING
■ Kinderen kunnen de gevaren van de motor‐
zeis niet herkennen en ook niet inschatten.
Kinderen kunnen ernstig letsel oplopen.
► Accu verwijderen.
► Als er een metalen snijgarnituur is gemon‐
teerd: de transportbeschermkap monteren.
► De motorzeis buiten het bereik van kinde‐
ren opslaan.
■ De elektrische contacten op de motorzeis en
metalen onderdelen kunnen door vocht corro‐
deren. De motorzeis kan worden beschadigd.
► Accu verwijderen.
► De motorzeis schoon en droog opslaan.
4.12.2
Accu
WAARSCHUWING
■ Kinderen kunnen de gevaren van de accu niet
herkennen en ook niet inschatten. Kinderen
kunnen ernstig letsel oplopen.
► De accu buiten het bereik van kinderen
opslaan.
■ De accu is niet beschermd tegen alle invloe‐
den van buitenaf. Als de accu aan bepaalde
invloeden van buitenaf wordt blootgesteld, kan
de accu onherstelbaar worden beschadigd.
► De accu schoon en droog opslaan.
► Berg de accu in een gesloten ruimte op.
► De accu gescheiden van de motorzeis
opslaan.
► Als de accu in de acculader wordt bewaard:
de netstekker uit het stopcontact trekken en
de accu met een laadniveau tussen 40% en
60% bewaren (2 groene leds).
► De accu niet buiten de aangegeven tempe‐
ratuurgrenzen bewaren,
4.12.3
Acculader
WAARSCHUWING
■ Kinderen kunnen de gevaren van de accula‐
der niet herkennen en ook niet inschatten. Kin‐
0458-027-9401-A
■ De acculader is niet beschermd tegen alle
■ De aansluitkabel is niet bedoeld om de accula‐
4.13
■ Als tijdens de reinigings-, onderhouds- of
■ Tijdens de werkzaamheden kan de aandrijfkop
20.5.
■ Agressieve reinigingsmiddelen, het reinigen
deren kunnen ernstig of zelfs dodelijk letsel
oplopen.
► Netstekker uit de contactdoos trekken.
► De acculader buiten het bereik van kinde‐
ren opslaan.
invloeden van buitenaf. Als de acculader aan
bepaalde invloeden van buitenaf wordt bloot‐
gesteld, kan de acculader worden beschadigd.
► Netstekker uit de contactdoos trekken.
► Als de acculader warm is: de acculader
laten afkoelen.
► De acculader schoon en droog opslaan.
► De acculader in een gesloten ruimte
opslaan.
► De acculader niet buiten de aangegeven
temperatuurgrenzen bewaren,
der daaraan te dragen of op te hangen. De
aansluitkabel en de acculader kunnen worden
beschadigd.
► De acculader bij het huis vastpakken en
vasthouden. Aan de acculader is een hand‐
greepkom aangebracht voor het gemakke‐
lijk optillen van de acculader.
► De acculader ophangen aan de muurhou‐
der.
Reiniging, onderhoud en repa‐
ratie
WAARSCHUWING
reparatiewerkzaamheden de accu in de motor‐
zeis wordt geplaatst, kan de motorzeis onbe‐
doeld worden ingeschakeld. Personen kunnen
ernstig letsel oplopen en er kan materiële
schade ontstaan.
► De accu verwijderen.
heet worden. De gebruiker kan bij contact
hiermee brandwonden oplopen.
► Hete aandrijfkop niet aanraken.
met een waterstraal of puntige voorwerpen
kunnen de motorzeis, de beschermkap, het
snijgarnituur of de accu beschadigen. Als de
motorzeis, de beschermkap, het snijgarnituur
of de accu niet op de juiste wijze werden
gereinigd, kunnen componenten niet meer
Nederlands
20.5.
75