4.3) Optionele programmeringen
U kunt pas een optionele programmering uitvoeren wanneer u de standen "0" en "1" hebt geprogrammeerd.
4.3.1) Opslaan van de tussenstand "I"
Wanneer er een tussenstand "I" geprogrammeerd is, zal het mogelijk zijn het scherm op stand "I" te zetten door tegelijkertijd op de 2 toet-
sen ▲ ▼ van de zender te drukken.
Voor het opslaan van de tussenstand dient u de procedure uit tabel "A4" te volgen:
Tabel "A4"
Programmeren van de tussenstand "I"
Zet het scherm met behulp van de toetsen ▲ ■ ▼ van een afstandsbediening op de
1.
stand die u als stand "I" in het geheugen wilt opslaan
Houd de toets ■ van de zender ingedrukt totdat u een geluidssignaal hoort
2.
(na ongeveer 5 seconden)
Laat de toets los en druk daar opnieuw 5 seconden lang op de toets ■ totdat
3.
u 4 snelle geluidssignalen hoort
Druk tegelijkertijd op de toetsen ▼ ▲ tot 3 geluidssignalen aangeven dat de stand is
4.
opgeslagen
4.3.2) Wissen van de standen of van de functie RDC
Om eerder geprogrammeerde standen te veranderen dient u deze eerst te wissen en vervolgens de nieuwe standen opnieuw te program-
meren.
De stand "1" kan worden gewijzigd zonder deze eerste te wissen (zie tabel "A12").
Tabel "A5"
Wissen van de tussenstand "I"
Houd de toets ■ van een al in het geheugen opgeslagen zender zo lang ingedrukt tot
1.
u (na ongeveer 5 seconden) een geluidssignaal hoort
Laat de toets los en druk daar opnieuw 5 seconden lang op de toets ■ totdat
2.
u 4 snelle geluidssignalen hoort
Druk tegelijkertijd op de toetsen ▼ ▲ tot 3 geluidssignalen aangeven dat de stand is
3.
opgeslagen
Tabel "A6"
Wissen van de standen "0" en "1"
Houd de toets ■ van een al in het geheugen opgeslagen zender zo lang ingedrukt tot
1.
u (na ongeveer 5 seconden) een geluidssignaal hoort
Laat de toets los en druk daar opnieuw 5 seconden lang op de toets ■ totdat
2.
u 4 snelle geluidssignalen hoort
Houd toets ▼ ingedrukt totdat 5 geluidssignalen aangeven dat de standen "0" en "1"
3.
gewist zijn
LET OP: nadat de standen "0" en "1" gewist zijn, zal het scherm alleen in aanwezigheid van iemand bewegen en dient er een nieuwe stand
geprogrammeerd te worden.
Opmerking: de eventueel geprogrammeerde tussenstand "I" en RDC-functie worden niet gewist. Als u alles wilt wissen (met inbegrip van de
zendercoders) dient u tabel "A13" te raadplegen.
Tabel "A7"
Wissen van de functie van het verminderen van het koppel (RDC)
Houd de toets ■ van een al in het geheugen opgeslagen zender zo lang ingedrukt tot
1.
u (na ongeveer 5 seconden) een geluidssignaal hoort
Laat de toets los en druk daar opnieuw 5 seconden lang op de toets ■ totdat
2.
u 4 snelle geluidssignalen hoort
Druk op toets ■ tot 5 geluidssignalen aangeven dat de functie RDC gedeactiveerd is
3.
Opmerking: nu zal het scherm op de normale kracht gesloten worden
5
Voorbeeld
5s
5s
Voorbeeld
5s
5s
Voorbeeld
5s
5s
Voorbeeld
5s
5s