Aanwijzing:
De besturingseenheid wordt via een thermische schake-
laar uitgeschakeld wanneer de temperatuur stijgt. De beu-
gel voor de besturingseenheid moet daarom altijd op een
schaduwrijke plaats worden gemonteerd.
8.1.1
Muurbeugel (8) monteren (afb. 3)
WAARSCHUWING
– Controleer voor de wandmontage of er geen kabels
door de muur lopen in de buurt van de boorgaten
die beschadigd zouden kunnen worden.
– Kinderen mogen niet met het product spelen, ook
niet als het aan de muur hangt.
– Montage achter deuren en hun draaibereik wordt
niet aanbevolen, omdat het risico bestaat dat het
product wordt afgerukt of op een andere manier be-
schadigd raakt.
WAARSCHUWING
Gevaar door beschadiging van toevoerleidin-
gen
Contact met elektrische kabels kan leiden tot elektri-
sche schokken en brand, contact met een gasleiding
kan leiden tot een explosie. Beschadiging van een wa-
terleiding kan materiële schade en een elektrische
schok veroorzaken.
– Controleer voor wandbevestiging of er geen leidin-
gen in de muur zitten in de buurt van de boorgaten
die beschadigd kunnen raken.
Aanwijzing:
Houd er rekening mee dat de afstand tot het watervat be-
perkt is vanwege de lengte van de aansluitkabel. De af-
stand tot het vat opgeteld bij de hoogte van het vat mag
niet groter zijn dan de lengte van de aansluitkabel.
1. Zoek een geschikte plaats voor de muurbeugel (8).
2. Monteer de muurbeugel (8) met schroeven en, indien
nodig, met kunststofpluggen.
3. Zorg ervoor dat de muurbeugel (8) horizontaal ge-
monteerd wordt.
4. Draai de borgschroef (8a) van de muurbeugel (8) los.
5. Klem de besturingseenheid (2) in de muurbeugel (8).
6. Zet de besturingseenheid (2) vast met de borgschroef
(8a). Gebruik een kruiskopschroevendraaier.
8.1.2
Vatbeugel (9) monteren (afb. 4)
1. Bevestig de vatbeugel (9) aan de rand van het water-
vat.
2. Klem de besturingseenheid (2) op de vatbeugel (9).
3. Controleer of de besturingseenheid (2) stevig vastzit.
8.2
Slangplug (5a) monteren (afb. 5)
1. Schroef de slangplug (5a) op de slangaansluiting (5)
op de pomp (6). Controleer of er een afdichtring in de
slangplug (5a) zit.
2. Draai de slangplug (5a) vast.
58 | NL
8.3
Aansluitleidingen monteren
(afb. 6-9)
Aanwijzing:
Plaats de pomp ca. 50 mm boven de bodem van het wa-
tervat, uit de buurt van afzettingen die de pomp zouden
kunnen beschadigen.
8.3.1
De lengte L
kend:
H + D + E – 250 mm
1. Wikkel de overtollige aansluitkabel (4) rond de pomp
(6) en zet hem vast aan de kabelklem (6a).
2. Steek de stekker van de aansluitkabel (4) in de kabe-
laansluiting (2a) op de besturingseenheid (2). Let op
de uitlijning zoals aangegeven door de inkeping in de
stekker.
3. Schroef de wartelmoer van de stekker op de kabe-
laansluiting (2a) om de stekker vast te zetten en het
binnendringen van water te voorkomen.
8.3.2
De lengte L
H – 130 mm
1. Maak de aansluiting met slangbeluchter (10a) los van
de bevestiging op de slanggeleider (10d).
2. Maak de aansluiting met slangbeluchter (10a) los van
de slang (10) door de wartelmoer los te draaien en de
slang (10) eruit te trekken.
3. Snijd de slang op maat L
4. Steek de slang (10) weer in de aansluiting met slang-
beluchter (10a) en zet hem vast met de wartelmoer.
5. Klem de aansluiting met slangbeluchter (10a) terug in
de bevestiging op de slanggeleider (10d).
6. Steek de slangtule (10e) van de slang (10) op de
slangplug (5a) op de pomp (6).
8.4
Pomp (6) in het watervat plaatsen
en aansluiten (afb. 10)
1. Laat de pomp (6) voorzichtig in het water zakken met
behulp van de aangebrachte slang (10).
2. De pomp (6) is voorzien van een ontluchting om het
onderdompelen te vergemakkelijken. Een klep sluit de
ontluchting af als de pomp (6) in bedrijf is.
3. Bevestig de slanggeleider (10d) aan de rand van het
watervat.
4. Controleer of de pomp (6) in de beoogde positie staat.
De positie (ca. 50 mm boven de bodem van het water-
vat) wordt bepaald door de lengte van de slang (10).
5. Sluit een tuinslang met een standaard slangkoppeling
aan op de aansluiting met slangbeluchter (10a). Ge-
bruik geen slangkoppeling met een automatische
stop, omdat dit de stroomsnelheid kan verminderen.
8.5
Installatie afronden (afb. 11)
Zorg ervoor dat het watervat afgesloten is met een deksel
of iets dergelijks, zodat kinderen of dieren er niet in kun-
nen vallen. In sommige gevallen zijn er al openingen voor
de kabel en de slang.
www.scheppach.com
Aansluitkabel (4)
van de aansluitkabel (4) wordt als volgt bere-
1
Slang (10)
van de slang (10) wordt als volgt berekend:
2
. Gebruik een afbreekmes.
2