Menu 6 instellingen draadloos
Draadloze handzender inleren
Houd er rekening mee dat elke individuele handzender moet wor-
den ingeleerd. U heeft de mogelijkheid 30 radiokanalen in te le-
ren.
De volgende versleutelingstypen kunnen worden ingeleerd:
KeeLoq, 12 bit, multibit. De eerste ingeleerde code bepaalt het
versleutelingstype. KeeLoqClassic en KeeLoqAES kunnen paral-
lel worden gebruikt. Een startcommando van een KeeLoq-hand-
zender wordt alleen geaccepteerd in de modus waarin deze eer-
der is ingeleerd.
Startpuls (menupunt 60)
1.
Kies bij menupunt 60 "Handzender startknop inleren".
2.
Druk op de knop van de handzender voor het openen van
de deur.
ð
Zodra de code is ingeleerd, knippert de punt op het
LED-display 5 keer.
3.
Ga naar exit voor het afsluiten van de instelling.
½ deuropening (menupunt 61)
1.
Kies menupunt 61 "Handzender knop 1/2 inleren".
2.
Druk op de knop van de handzender voor ½ deuropening.
ð
Zodra de code is ingeleerd, knippert de punt op het
display 5 keer.
3.
Ga naar exit voor het afsluiten van de instelling.
Lichtfunctie (menupunt 62)
Kies menupunt 62 en druk op de knop van de handzender voor
de lichtfunctie. Zodra de code is ingeleerd, knippert de punt op
het display 5 keer.
Draadloze codes wissen (menupunt 63)
Voor het wissen van de ingeleerde codes als volgt te werk gaan:
1.
Kies het menupunt 63.
2.
De knop
ca. circa 5 seconden ingedrukt houden.
Zodra alle codes zijn gewist, knippert de punt op het dis-
play 5 keer.
Selecteren bedrijfsmodus handzenders (menupunt 64)
Bij menupunt 64 kunt u de ingeleerde handzenders tijdelijk blok-
keren en de gewenste bedrijfsmodus voor de startknop selecte-
ren.
Menu 7 FO-instellingen
Deurloopinstellingen (menupunt 70 - 79)
Voor elk motortype zijn de bijbehorende parameters, zoals het
maximale toerental, evenals een optimaal deurloopprofiel vastge-
legd.
LET OP
Voorinstellingen niet wijzigen
Een correctie van de voorinstelling is niet vereist
en kan storingen veroorzaken.
Knelgevaar en botsgevaar door de sluitende
VOORZICHTIG
deur, bij onvoldoende bewaking van de zone
voor de deur!
Is de sluitsnelheid hoger dan 50 cm/s, moet de
zone voor de deur over de gehele deurbreedte
en binnen een diepte van 90 cm aan beide zijden
van de deur worden bewaakt.
Menupunt 78 selecteren van rem-FO
Knelgevaar en botsgevaar door vallende deur
WAARSCHUWING
Vóór de inbedrijfstelling het correcte remtype se-
lecteren.
Het verkeerd instellen van het remtype kan lei-
den tot het vallen van de deur.
De motorrem op basis van het ingebouwde deurtype als volgt in-
stellen:
•
Rem type A, stroomloos remmend
– (Waarde 0) de rem wordt tegelijkertijd met het opstarten
van de motor aangetrokken.
– (Waarde 1- 9) de rem wordt vertraagd na het opstarten
van de motor aangetrokken.
•
Rem type B, stroomloos openend
– (Waarde 10) de rem wordt tegelijkertijd met het opstarten
van de motor geopend.
– (Waarde 11- 19) de rem wordt vertraagd na het
opstarten van de motor geopend.
Menupunt 79 selecteren van aandrijving FO
Selecteer de aandrijving op basis van de gegevens in hoofdstuk
Programmaoverzicht bij menupunt 79.
Schade aan de aandrijving, besturing of deur
LET OP
door het gebruik van aandrijvingen van
derden
De besturing mag alleen met een in het program-
maoverzicht opgenomen aandrijving worden ge-
bruikt. De toepassing van aandrijvingen van der-
den kan leiden tot beschadiging van aandrijving,
besturing of deur.
Proefdraaien
Na het afsluiten van de programmering proefdraaien, door het uit-
voeren van alle bedieningsfuncties. Kunnen alle bedieningfsfunc-
ties probleemloos worden uitgevoerd, is de aangesloten deurin-
stallatie bedrijfsgereed.
T100 R-FU 1,5kW
NL - 67