• Verwijder het geleideblad (16). Reinig het met een
kwast.
• Reinig nu grondig rondom de kettingaandrijving en
de beschermkap van het kettingwiel (22) met be-
hulp van een kwast of door middel van uitblazen
(met perslucht).
De assemblage volgt in omgekeerde volgorde.
13.4 Onderhoud van de bougie afb. M, N, O
• Demonteer het luchtfilter (33) zoals beschreven on-
der 13.2 "Reiniging van het luchtfilter".
• Trek de bougiestekker (34) los door deze naar links
en rechts te draaien en er gelijktijdig aan te trekken.
De bougiestekker (34) uitsluitend aan de stekker
vasthouden en trekken. Trek nooit aan de kabel!
• Maak de bougie met de meegeleverde bougiesleu-
tel (31) los.
• De assemblage volgt in omgekeerde volgorde.
Elektrodenafstand = 0,6 mm (afstand tussen de elektro-
den, waar de vonk overspringt). Controleer de bougie
voor de eerste keer na 10 bedrijfsuren op verontreiniging
en reinig deze eventueel met een koperdraadborstel.
Daarna de bougie elke 50 bedrijfsuren onderhouden.
13.5 Onderhoud van de kettingsmering
• Zie het hoofdstuk "Kettingsmering controleren en
afstellen".
13.6 Onderhoud van de carburateur instellingen
• Als de zaagketting (17) bij stationair draaien beweegt
of als de motor bij het wegnemen van gas vanzelf uit-
gaat, moet de carburateur opnieuw worden afgesteld.
aanwijzing
Laat de instellingen van de carburateur (bijv. het statio-
nair toerental) uitsluitend door gekwalificeerd vakperso-
neel wijzigen, om schade aan de motor te voorkomen.
13.7 Onderhoud van het geleideblad
• Verwijder eventueel opgetreden bramen in de rand
van het geleideblad met behulp van een metaalvijl.
• Reinig de groef van het geleideblad (16) met behulp
van een kwast of met perslucht. Vervang het gelei-
deblad (16) zodra de groef is versleten.
• Keer het geleideblad (16) na elk gebruik om, zodat
het gelijkmatig slijt.
• Controleer het tandwiel aan het uiteinde van het
geleideblad (16) op soepele werking. Smeer het
evt. in met een lagerolie.
13.8 De zaagketting slijpen en onderhouden
m WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel!
De tanden van de zaagketting zijn zeer scherp. Draag
bij het hanteren altijd dikke handschoenen om het ri-
sico op letsel te voorkomen!
Houd de kettingzaag in goede staat, effectief werken
met de kettingzaag is alleen mogelijk als de zaagket-
ting scherp, goed gesmeerd en correct gespannen is.
Dit vermindert ook het risico van een terugslag.
De juist geslepen zaagketting (17)
Een correct geslepen zaagketting (17) gaat moeite-
loos door het hout en heeft daarbij weinig druk nodig.
Werk niet met een botte of beschadigde zaagketting
(17). Er is dan meer fysieke inspanning nodig, de tril-
lingen nemen toe en het leidt tot onbevredigende re-
sultaten en meer slijtage.
• Reinig de zaagketting (17) regelmatig.
• Controleer de zaagketting (17) op breuken in de
schakels en op beschadigde klinknagels.
• De zaagketting (17) mag alleen door ervaren ge-
bruikers worden geslepen!
• Houd rekening met onderstaande hoeken en ma-
ten. Als de zaagketting (17) niet goed is geslepen of
de zaagdiepte te gering is, bestaat er een verhoogd
risico op terugslageffecten die verwondingen tot
gevolg kunnen hebben! De zaagketting (17) kan
niet op het zaagblad (16) worden vastgezet. Het is
daarom het beste om de zaagketting (17) van het
zaagblad (16) te nemen en daarna te slijpen.
• Kies het juiste slijpgereedschap voor de kettingsteek.
De kettingsteek (bijv. 3/8") staat op elke kettingtand
als dieptemaat vermeld.
Gebruik uitsluitend speciale vijlen voor zaagket-
tingen!
Andere vijlen hebben een verkeerde vorm en geven
een verkeerd slijpresultaat. Kies de diameter van vijl op
basis van de kettingsteek. Neem beslist onderstaande
hoek in acht bij het slijpen van de zaagschakels.
A
B
A = vijlhoek
B = hoek van de zijplaat
Deze hoek moet identiek zijn voor alle zaagschakels.
Bij onregelmatig geslepen hoeken zal de zaagketting
(17) onregelmatig lopen, snel slijten en voortijdig bre-
ken.
Aan deze eisen kan alleen worden voldaan door re-
gelmatig en voldoende lang te oefenen. Houd reke-
ning met het volgende:
• Gebruik een vijlgeleider.
• Een vijlgeleider moet worden gebruikt als de zaag-
ketting (17) met de hand wordt geslepen. De juiste
vijlhoek staat hierop aangegeven.
www.scheppach.com
NL | 105