nl Functies
4 Functies
Functies
U kunt uw apparaat gebruiken in de luchtafvoermodus
of in de luchtcirculatiemodus.
De verzadigingsindicatie moet passend bij de gekozen
gebruiksmodus en de gebruikte filters worden ingesteld.
"Verzadigingsindicatie instellen", Pagina 48
4.1 Gebruik met afvoerlucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigd
en via een buizensysteem naar de buitenlucht afge-
voerd.
De lucht mag niet worden afgevoerd in
een schoorsteen die wordt gebruikt voor
afvoergassen van apparaten bestemd
voor het verbranden van gas of andere
brandstoffen (dit geldt niet voor ventilatie-
apparatuur).
5 Uw apparaat leren kennen
Uw apparaat leren kennen
5.1 Bedieningselementen
Via de bedieningselementen kunt u alle functies van uw
apparaat instellen en informatie krijgen over de ge-
bruikstoestand.
Tip: Richt de afstandsbediening zo precies mogelijk op
de infraroodontvanger van de LED-indicatie.
Apparaat in- of uitschakelen
Automatische modus
kelen
Ventilatorstand verhogen
Ventilatorstand verlagen
Interval-ventilatie inschakelen of uitschakelen.
1
Afhankelijk van de apparaatuitvoering
46
1
inschakelen of uitscha-
Komt de afvoerlucht terecht in een
rook- of afvoergasschoorsteen die niet
in gebruik is, dan dient hiervoor toe-
stemming van een vakbekwame
schoorsteenveger te worden verkre-
gen.
Wordt de afvoerlucht door de buiten-
muur geleid, dan raden wij u aan een
telescoop-muurkast te gebruiken.
4.2 Gebruik met circulatielucht
De aangezogen lucht wordt door de vetfilters en een
geurfilter gereinigd en weer teruggeleid in de ruimte.
Monteer een geurfilter om geurtjes te
voorkomen bij het gebruik van de circula-
tiefunctie. De verschillende manieren om
het apparaat met circulatielucht te gebrui-
ken, vindt u in onze catalogus of kunt u
navragen bij uw speciaalzaak. Het daar-
toe benodigde toebehoren is verkrijgbaar
bij de speciaalzaak, de klantenservice of
in de online-shop.
"Accessoires", Pagina 54
Home Connect Verbinding maken
Filterverzadigingsindicatie terugzetten