NL
BE
• Gebruik geen metalen snijgereed-
schap in de buurt van hekken, me-
talen palen en dergelijke.
• Gebruik alleen goed geslepen me-
talen snijgereedschap.
• Zet het apparaat
voor het snijden
van dikke sten-
gels in stand A.
Veiligheidsvoorzieningen
De volgende veiligheidsvoorzieningen
zijn aangebracht om de gebruiker en
het apparaat te beschermen:
Veiligheidsafdekking (27)
• Beschermt de operator tegen on-
bedoeld contact met het snijge-
reedschap en tegen uitgeworpen
vreemde voorwerpen.
Transportbescherming (25)
• Bedekt de snijkanten van het snij-
gereedschap of zaagblad tijdens
transport of opslag.
Snelopeningsmechanisme: Klikver-
grendeling (7)
• Zorgt ervoor dat de bediener het
apparaat in noodgevallen snel kan
verlaten.
Afstandshouder: Stuurstang (22)
• Zorg er bij het werken met het ap-
paraat voor dat de gebruiker een
minimale afstand houdt tot het snij-
gereedschap.
Harnas: Dubbele schouderriem (9)
• Is een verstelbare inrichting waar-
mee de gebruiker het apparaat
draagt.
Heupbescherming (6)
• Beschermt de bediener tegen
schokken veroorzaakt door het ap-
paraat en trillingen.
110
Ophangpunt: Oog (19)
• Op dit punt wordt het harnas aan
het apparaat bevestigd.
Montage
Veiligheidsafdekking
monteren en demonteren
WAARSCHUWING! Letselgevaar
door weggeslingerde voorwerpen!
Gebruik het apparaat alleen met de
veiligheidsafdekking op haar plaats.
Benodigde gereedschappen en
hulpmiddelen
• 2 × Schroef
(40)
• Kruiskopschroevendraaier PH2
(Combigereedschap, 31)
Veiligheidsafdekking monteren
(Fig. B)
1. Plaats de veiligheidsafdekking (27)
op de schachthouder (41).
2. Bevestig de veiligheidsafdekking
(27) met de schroeven (40).
Veiligheidsafdekking demonteren
(Fig. B)
1. Verwijder de schroeven (40).
2. Verwijder de veiligheidsafdekking
(27).
Tweedelige buis monteren
Montage (Fig. A)
1. Draai de buisbevestigingsschroef
(38) op de bovenste schachtbuis
(17) los.
2. Schuif de onderste schachtbuis
(24) zo ver mogelijk in de bovenste
schachtbuis (17).
3. Druk op de vergrendeling (39) en
schuif de onderste schachtbuis
(24) tot aan de aanslag in de bo-
venste schachtbuis (17).
4. Draai met een lichte draaibewe-
ging aan de onderste schachtbuis
(24) tot de vergrendeling (39) in het