7. De juiste lichaamshouding bij het meten
U kunt de meting zowel zittend als staand uitvoeren. Let er in elk geval op dat de
manchet zich op harthoogte bevindt. Om correcte meetresultaten te verkrijgen, is
het belangrijk dat u zich tijdens de meting rustig houdt en niet spreekt.
8. Het meten van de bloeddruk
•Legt u, zoals hierboven beschreven, de manchet aan en breng uzelf in de houding,
waarin u de meting uit wilt voeren.
• Schakel het apparaat in met de start/stop-knop.
• Na de zelftest, waarbij alle elementen van het display kort worden weergegeven,
begint de meting. Terwijl de druk in de manchet wordt opgebouwd, verschijnt
het symbool . De druk wordt verhoogd tot 180 mm Hg. Mocht deze druk niet
voldoende zijn dan pompt het apparaat er automatisch 30 mm Hg bij (fuzzy
logic).
• Als de druk in de manchet langzaam wordt verminderd en de pols wordt waar-
genomen, verschijnt het symbool
• Als de meting beëindigd is, neemt de druk zeer snel af en verschijnt het sym-
bool . Aangegeven worden de pols en de systolische en diastolische bloeddruk.
• Kies nu het gewenste gebruikersgeheugen door indrukken van de geheugent-
oetsen M1 of M2. Als u geen keuze voor een gebruikersgeheugen maakt, wordt
het meetresultaat aan het laatst gebruikte gebruikersgeheugen toegewezen om
te worden opgeslagen. Het desbetreffende symbool 'M1' of 'M2' verschijnt in het
display.
• Schakel de bloeddrukmeter uit met de start/stop-knop. Daarmee wordt het
meetresultaat opgeslagen in het geselecteerde gebruikersgeheugen. Als u het
apparaat vergeet uit te schakelen, schakelt het apparaat zich na ca. 3 minuten
automatisch zelf uit. Ook in dat geval wordt de waarde in het geselecteerde
gebruikersgeheugen opgeslagen.
Wacht minstens 5 minuten, voor u opnieuw een meting uitvoert!
.
48