◾
Voer geen soldeerwerkzaamheden direct aan de accupolen uit.
◾
Gebruik de accucellenblokken niet wanneer deze warmte ontwikkelen, zich verkleu-
ren of vervormen of er op een of andere manier ongebruikelijk uitzien.
3 Ingebruikname
◾
Controleer de accucellenblokken vóór het eerste gebruik op mogelijke schade zoals
krassen, roest, verkleuringen, lekkages of vervormingen. Neem bij schade contact
op met uw dealer of Bosch (adres zie
◾
Gebruik of installeer nooit een beschadigd accucellenblok. Let bij het gebruik van de
accucellenblokken altijd op de veiligheid van de gebruiker.
◾
Details over de eerste ingebruikname vindt u in de demontage-/montagehandleiding
en de ombouwhandleiding (zie
4 Opslag
Let op de volgende instructies voor de opslag - controleer bij uw gemeente en de lokale
brandweer of uw opslagvoorziening geschikt is voor de opslag van deze modules:
◾
Bewaar de HV-accureparatieset op een koele en droge plaats bij 20 °C tot 35 °C in
een speciaal daarvoor bestemde ruimte.
◾
Bewaar de HV-accureparatieset niet bij temperaturen onder -20 ⁰C of boven 40 ⁰C.
◾
Bewaar de HV-accureparatieset niet samen met andere producten.
◾
Bewaar de HV-accureparatieset nooit samen met brandbare of explosieve producten.
◾
Vermijd contact met bijtende stoffen.
◾
Houd de HV-accureparatieset uit de buurt van hitte en vuur.
◾
Houd de HV-accureparatieset uit de buurt van open vlammen, hete oppervlakken en
ontstekingsbronnen.
◾
Controleer bij een opslagduur van meer dan 6 maanden regelmatig de spanning
van de accucellenblokken volgens de ombouwhandleiding (zie
gebruik).
22 I 36
Hoofdstuk 8
Hoofdstuk 1 Beoogd
Contact).
gebruik).
Hoofdstuk 1 Beoogd