NL
van de hakhouder vrij draait. Controleren dat er in de kettingcarter
genoeg vet of olie aanwezig is (zie n. 2, fig. 2).
4.
Na de eerste 200 werkuren: de carterdeksel wegnemen (waarbij
men moet opletten dat de pakking niet beschadigd wordt), de
kettingpignons met petroleum schoonmaken, alles opnieuw
correct monteren en erg vloeibaar vet, zoals GR MU 2 tot op het
juiste peil bijvullen (niet minder dan 1 kg.).
4.02 - Vervanging van de hakken
De hakken moeten worden vervangen wanneer deze door verslijting
2,5-3 cm korter zijn dan hun beginlengte. Bij de vervanging van de
hakken moet de originele spiraalvormige positie blijven behouden
(zie fig. 11). Wanneer de hakken worden vervangen moeten ze één
voor één worden gedemonteerd waarbij de nieuwe hak onmiddellijk in
de vrij gekomen openingen wordt gemonteerd, en opgelet moet worden
dat de zeskante kop van de schroeven (zie n. 3, fig. 12) de hak blijft
raken (zie n. 4, fig. 12), terwijl de sluitring en de moer (zie n. 5 & 6, fig.
12) de naaf moeten raken (zie n. 2, fig. 12) op de rotor (zie n. 1, fig.
12). In sommige gevallen wordt er in plaats van een moer met sluitring
een zelfborgende moer gemonteerd.
Om te kunnen bepalen of er sprake is van een rechtse of linkse hak
moet als volgt worden gehandeld:
1.
de hak in de handpalm leggen waarbij het vrije uiteinde naar
boven ligt en de verbindingsopeningen de handpalm raken.
2.
Als de scherpe kant rechts ligt, is dit een rechtse hak en zal het
logo "ROTOMEC" zichtbaar zijn wat aanduidt dat het hier om een
origineel werktuig gaat.
3.
Als de scherpe kant naar links ligt, is dit een linkse hak en zal het
logo "ROTOMEC" niet leesbaar zijn.
WAARSCHUWING: wanneer de bevestigingsbouten losgeschroefd
of aangedraaid moeten worden, moet men gebruik maken van
beschermingshandschoenen. Wanneer men op de sleutel drukt
moet dit niet in de richting van de scherpe kant van het werktuig
gebeuren, maar altijd in tegengestelde richting.
4.03 - Het vervangen van de rotor
Het vervangen van de rotor is een eenvoudige handeling. De rotor
bestaat
uit
een
lengteas
gereedschapshoudersflenzen en uit twee zijdelingse steunpinnen (één
rechts en één links) aan de zijkanten. De pinnen zijn aan de lenteas
verbonden met behulp van speciale bouten. Om de rotor te vervangen
hoeven daarom alleen maar de bouten op de zijdelingse pinnen te
worden losgeschroefd en de lengteas van de flenshouder uit te worden
geschoven.
5 - STORINGEN EN OPLOSSINGEN
PROBLEMEN
MOGELIJKE
OORZAKEN
De machine maakt
De bouten van de
een intermitterend
werktuigen zijn te los, de
geluid met
tandwielen van de
regelmatige
vertragingskast zijn
tussenpozen.
beschadigd. De ketting is
beschadigd.
Verlies van olie uit
Olieafdichtingen
de tandwielcarter.
beschadigd.
Te veel olie in de carters.
Oververhitting van
Te weinig olie.
de tandwielcarter.
Kussenblokken versleten.
De aftakas van de
Koppeling slipt.
tractor draait, maar
die van de
tandwielcarter niet.
32
met
hieraan
de
integrale
OPLOSSINGEN
Controleren dat de bouten van
de werktuigen juist zijn
aangedraaid. Als het geluid
aanhoudt, de staat van de
tandwielcarter en de kettingen
controleren.
De olieafdichtingen vervangen.
De overvloedige olie
verwijderen.
Olie toevoegen in de
tandwielcarter.
De kussenblokken in de
tandwielcarter vervangen.
De koppeling regelen of de
schijven vervangen als deze
versleten zijn.
PROBLEMEN
MOGELIJKE
OORZAKEN
Een hard en
Te laag oliepeil in de
constant geluid van
tandwielcarter.
de vertragingskast.
Versleten tandwielen.
De aftakas vibreert.
Kruiskoppeling versleten.
Machine ligt te hoog ten
aanzien van de aftakas
van de tractor.
Er zit vreemd materiaal in
de rotor vast.
De rotor van de
Koppeling slipt.
werktuighouder
Aandrijfketting in de
houdt op met
linkercarter kapot.
draaien.
Het terrein is niet
De werktuigen zijn
volledig bewerkt.
versleten.
Koppeling slipt.
Te hoge snelheid voor de
staat van het terrein.
Er komt een
Koppeling slipt.
brandlucht uit de
Vreemd materiaal heeft
machine.
zich in de rotor
opgehoopt.
Te laag oliepeil in de
tandwielcarter.
NEDERLANDS
OPLOSSINGEN
Het is normaal dat nieuwe
machines in de inlooptijd van de
tandwielen geluid maken. Als het
geluid aanhoudt moet worden
gecontroleerd dat het oliepeil in
de tandwielcarter hoog genoeg
is.
Het geluid kan ook het teken zijn
dat de tandwielen versleten zijn.
De kruiskoppeling op slijtage
controleren. Het is mogelijk dat
de machine te hoog ligt ten
aanzien van de aftakas van de
tractor en de kruiskoppeling te
hellend is.
Controleren of er eventueel
vreemd materiaal in de rotor
vastzit.
De koppeling regelen.
De ketting repareren of
vervangen.
De slijtage en de afstelling van
de werktuigen controleren.
De koppeling controleren.
Snelheid minderen.
Koppeling controleren.
Het opgehoopte materiaal
rondom de steunders van de
rotor verwijderen.
Olie in de vertragingskast
bijvullen.
ROTOMEC