Herunterladen Inhalt Inhalt Diese Seite drucken
Inhaltsverzeichnis
Verfügbare Sprachen
  • DE

Verfügbare Sprachen

  • DEUTSCH, seite 25
NEDERLANDS

3 - GEBRUIK EN FUNCTIE

De
zojuist
door
u
aangeschafte
hakfreesmachine met horizontale as. Diens gebruik is geschikt voor de
bewerking van de grond.
De machines van de serie T70 kunnen worden voorzien van een
schuifkap, van een achterste walsrol met ommanteling (voor droge of
losse grond) of van een achterste walsrol met punten (voor vochtige of
kleigronden).
3.01 - Voorbereiding, smering en montage
1.
De staander (zie n. 1, fig. 2) in de daarvoor bestemde steunder
plaatsen. De staander met de borgpen blokkeren.
2.
Men moet er zeker van zijn dat de ontluchtingsplug van de olie
(zie n. 1, fig. 3) op de tandwielcarter is geschroefd. Controleren
dat er olie in de vertragingskast aanwezig is (olie SAE 90). Men
moet er zeker van zijn dat het oliepeil op 5-6 cm. ligt vanaf de
opening waar de ontluchtingsplug is geschroefd.
3.
Men moet er zeker van zijn dat alle bouten op de juiste manier zijn
aangedraaid.
4.
De kruiskoppeling en de uittrekbuizen van de cardanas invetten.
5.
De rechtse steunder van de rotor invetten (zie n. 1 & 2, fig. 4).
6.
Om de regelketting (zie n. 1, fig. 5) op de achterste kap (zie n. 2,
fig. 5) te monteren moet de veerstrop (zie n. 3, fig. 5) met
ingezette ketting aan de achterste kap worden bevestigd en in de
daarvoor bestemde openingen met behulp van de 4 moeren
worden geblokkeerd (2 zijn aan de bovenkant van de kap
aangebracht en 2 aan de andere kant van de kap). De veerstrop
van de kettingsteun (zie n. 4, fig. 5) inschuiven en de goed
aandraaien.
7.
Indien de machine is uitgerust met een achterste walsrol, moeten
de houders van de walsrol en de regelingsspanner worden
gesmeerd.
3.02 - Afstelling werkdiepte
De werkdiepte is groter wanneer de sleeën de zijkanten raken, en deze
wordt minder naarmate de sleeën van de zijkanten worden verwijderd.
De afstelling van de werkdiepte kan worden uitgevoerd door de twee
zijdelingse sleeën omhoog of omlaag te brengen.
Hiervoor moet als volgt te werk worden gegaan:
1.
de borgmoer (zie n. 3, fig. 4) van het sleejusteerder losdraaien
(zie n. 4, fig. 4).
2.
De slee (zie n. 5, fig. 4) op de gewenste hoogte brengen.
3.
De borgmoer goed aandraaien.
4.
Deze handelingen gelden voor beide sleeën waarbij men moet
opletten dat beide sleeën op eenzelfde afstand worden ingesteld.
Indien de machine is uitgerust met een achterste walsrol, in plaats van
een schuifkap, kan de werkdiepte met behulp van de centrale spanner
worden geregeld.
Door de spanner aan te draaien zal de walsrol omhoog gaan en de
werkdiepte lager komen te liggen, door de spanner los te schroeven zal
de walsrol naar beneden gaan en zal de werkdiepte minder diep komen
te liggen.
3.03 - Afstelling schuifkap
De schuifkap (zie n. 2, fig. 6) moet altijd het terrein raken; op deze
manier krijgt men een goede nivellering en vergruizeling van de
bewerkte oppervlakte en wordt bovendien vermeden dat er materiaal uit
het achterste gedeelte naar buiten komt.
De afstelling van de kap wordt uitgevoerd met behulp van de daarvoor
bestemde ketting (zie n. 1, fig. 6) die aan de beide steunders is
verbonden (zie n. 3 & 4, fig. 6).
3.04 - Aankoppeling op tractor
Onze frees is aanwendbaar op elke tractor die van het juiste
krachtvermogen en van een universele driepuntsverbinding cat. 1 is
voorzien. Het juiste krachtvermogen van de tractor kan met behulp van
de technische kenmerken uit tabel 1 worden bepaald.
Om de machine op de tractor aan te koppelen moet de bestuurder van
de tractor tot aan de frees achteruitrijden totdat beide armen van het
hefwerktuig in de pinnen van de benedenste platen van de
driepuntsverbinding kunnen worden ingevoerd. Daarna moet de motor
worden afgezet.
De onderste pinnen (zie n. 1, fig. 7) van de driepuntsverbinding
kunnen, afhankelijk van het doel, in twee posities worden verplaatst
(onderste en bovenste).
De armen van het hefwerktuig moeten met de daarvoor bestemde
pinnen worden geblokkeerd en moeten met behulp van de zijdelingse
spanners zo worden bevestigd, dat elke zijdelingse verplaatsing van de
machine wordt vermeden.
ROTOMEC
machine
is
een
roterende
Het bovenste derde punt verbinden (en met de daarvoor bestemde
pinnen en splitpennen blokkeren) en deze zo regelen dat de machine
zoals deze nu is aangekoppeld, parallel loopt aan het terrein, of
maximaal 1-2 graden naar achteren helt (zie fig. 8).
GEVAAR: alle handelingen voor de aankoppeling op de tractor en
afstelling van de machine moeten met stilgezette motor worden
uitgevoerd waarbij de bewegende onderdelen moeten zijn
stopgezet.
WAARSCHUWING: controleren dat de rotatiesnelheid en de
rotatierichting van de aftakas overeenkomen met die op de
machine zijn aangegeven.
3.05 - Cardanas
De gebruiks- en onderhoudshandleiding van de cardanas die door de
fabrikant is geleverd moet aandachtig worden doorgelezen en worden
bewaard. De hiervolgende informatie vervangt de handleiding van
de kardanas die door de fabrikant is geleverd in geen geval. De
informatie is een aanvulling op het hiergenoemde boekje.
Onder
alle
werk-
en/of
uittrekbuizen elkaar in ieder geval voor
het algemeen komt dit neer op minstens 15 cm. (zie n. 1, fig. 10).
De kettingen van de beveiliging moeten zò worden bevestigd dat de
scharnierverbinding van het transmissiedrijfwerk onder alle werk- en/of
transportomstandigheden kan functioneren.
GEVAAR: altijd de door de fabrikant geleverde originele cardanas
met bijbehorende beveiligingen gebruiken.
WAARSCHUWING: de cardanas, tijdens de bewerking, moet een
zo klein mogelijke hoek maken. Het is aangeraden deze nooit
groter dan vijftien graden te laten: op deze manier worden
storingen vermeden en zullen de cardan en de machine langer
meegaan.
3.06 - Koppelingbeveiliging
De cardanas van een koppelingbeveiliging is voorzien, moet men er
zeker van zijn dat deze op de juiste manier functioneert.
De koppeling is op een gemiddelde krachtsinspanning ingesteld;
afhankelijk van de aard van het terrein kan het nodig zijn deze soms
anders af te stellen.
Als de koppeling tijdens het werk vaak slipt moeten alle bouten
waarmee de veren zijn bevestigd, met een halve draai aan worden
gedraaid. Na 200-250 meter arbeid moet de functie van de koppeling
opnieuw worden nagekeken en, indien nodig, de handeling worden
herhaald. Als men alle moeren heeft aangedraaid en de koppeling toch
blijft slippen, moeten de koppelingschijven worden vervangen (zie n. 2,
fig. 10). Als de koppeling echter niet slipt, moet de afstelling in
tegengestelde richting van wat hier is beschreven worden uitgevoerd;
dit betekent dat de moeren voor de afstelling van de veren, losser
moeten worden gedraaid.
3.07 - Transport
Tijdens het transport van de machine, of wanneer deze van de grond is,
is het aangeraden om het omhoogbrengen van de tractor zo te regelen
dat de machine zich op een hoogte van 35-40 cm vanaf de grond
bevindt (zie fig. 9).
4 - ONDERHOUD
4.01 - Smering en controles
1.
Elk werkuur: de steunders van het kussenblok die zich aan de
uiteinden van de rotor van de hakhouder bevinden schoonmaken,
waarbij opgehoopt materiaal moet worden verwijderd (halmen,
gras, afzetsels).
2.
Dagelijks: controleren dat alle hakken heel zijn en op de juiste
manier van bouten zijn voorzien. De rotorhouders en de
walsrolhouders, de kruiskoppelingen en de uitschuifbare buizen
van de cardanas smeren. Het oliepeil in de tandwielcarter
controleren. Het oliepeil in de carter moet tussen
3.
Wekelijks: controleren dat de hakken niet buitenmatig zijn
versleten of beschadigd. Men moet er zeker van zijn dat de rotor
transportomstandigheden,
moeten
1
/
van hun lengte overlappen, in
3
1
/
en
2
NL
de
3
/
liggen.
4
31
Inhaltsverzeichnis
loading

Diese Anleitung auch für:

T70

Inhaltsverzeichnis