NL
1 - INLEIDING
We feliciteren u met uw keus en danken u voor uw aankoop. Uw
nieuwe hakfreesmachine is een produkt van de laatste generatie, veilig
en betrouwbaar dankzij de hoge kwaliteit van de onderdelen en de
zorgvuldige manier waarop deze zijn vormgegeven.
aangeraden deze gebruiks- en onderhoudshandleiding zorgvuldig door
te lezen: u zult op deze manier een optimaal rendement van uw werk
krijgen en gevaarlijke situaties en storingen door een onjuist gebruik
van de machine vermijden.
2 - VEILIGHEIDSNORMEN
Bij het ontwerp en de vormgeving van onze machines heeft de
veiligheid op de voorgrond gestaan. De moeite die wij ons ten aanzien
van de veiligheid hebben gegeven, kan echter door één onvoorzichtige
handeling van de gebruiker teniet worden gedaan.
Het voorkomen van letsels hangt bovendien nauw samen met
oppassendheid, voorzichtigheid en een juiste opleiding van het
personeel dat bij het gebruik, het transport en het onderhoud van de
voertuigen is betrokken. Het gebruik van de machine moet daarom
alleen worden toegelaten aan hiervoor opgeleid personeel.
Dit symbool betekent:
- Waarschuwing!
- Opgepast!
- Uw veiligheid kan in gevaar zijn!
2.01 - Voorbereiding
1.
Deze gebruiks- en onderhoudshandleiding en de opmerkingen
betreffende de veiligheid moeten nauwkeuig worden doorgelezen
alvorens met het werk te beginnen (zie n. 3, fig.1).
2.
De machine moet met zorg worden nagekeken alvorens met het
werk kan worden begonnen en men moet er zeker van zijn dat het
verpakkingsmateriaal zoals kabels, touwen en metalen snoeren
verwijderd is.
3.
Uitsluitend tractoren gebruiken die van een veiligheidsstaaf en van
veiligheidsgordels zijn voorzien.
4.
Alvorens met het werk te beginnen, moet men er zeker van zijn
dat het te bewerken terrein vrij is van stenen, takken of ander
opgehoopt materiaal.
5.
Alleen bij goed zicht werken.
6.
Men moet er zeker van zijn dat de beveiligingen en de reflectoren
op de juiste manier zijn aangebracht en zichtbaar zijn (zie fig.1).
7.
Alvorens met het werk te beginnen, moet men er zeker van zijn
dat zich niemand in de buurt bevindt (zie n. 7, fig.1).
2.02 - Gebruik
1.
Alvorens de motor van de tractor te starten moet men er zeker van
zijn dat de versnellingshandgreep in de vrijloop is gezet.
2.
Door de aftakas van de tractor wordt de machine in beweging
gebracht. Bij het inkoppelen en uitkoppelen van de aftakas moet
men altijd de instructies omtrent de aftakas volgen die in de
gebruiks- en onderhoudshandleiding van de tractor zijn genoemd.
Men moet ervoor zorgen dat men de tractor snel tot stilstand kan
brengen wat eventueel nodig kan blijken in noodgevallen.
3.
Alleen tractoren gebruiken met het juiste krachtvermogen (zie
tabel 1).
4.
Bij het inkoppelen van de aftakas moet het toerental van de motor
laag zijn. Wanneer de aftakas is ingekoppeld, en voordat met het
werk kan worden begonnen, moet de snelheid van de aftakas op
540 tpm worden gebracht en deze snelheid tijdens de hele
werkprocedure blijven behouden.
5.
In het geval dat men per ongeluk tegen een hindernis stoot, moet
de aftakas onmiddellijk worden uitgekoppeld, de motor worden
afgezet en de tractor en frees nauwkeurig worden nagekeken en
gecontroleerd op eventuele schade, voordat het werk kan worden
hervat.
6.
Alvorens de aftakas in te koppelen moet de frees 4-5 cm. van de
grond worden gebracht.
7.
Alvorens uit de tractor te stappen moet men er zeker van zijn dat
alle bewegende onderdelen van de machine zijn stopgezet, dat de
motor is afgezet, dat de tractor op de handrem is gezet, en dat de
contactsleutel uit het dashboard is gehaald, vooral als de tractor
onbewaakt wordt achtergelaten.
30
8.
Afstand houden van de bewegende onderdelen en van de
cardanas wanneer de machine in functie is (zie n. 2 & 6, fig.1).
9.
Het mag niemand worden toegestaan zich in de buurt van de frees
die in werking is (zie n. 7, fig.1) te bevinden.
10. Er mogen geen passagiers op de machine of op de tractor worden
U wordt
vervoerd (zie n. 8, fig.1).
11. De armen of benen moeten nooit onder de frees worden geplaatst
(zie n. 2, fig.1) als de motor van de tractor draait of als men niet
gecontroleerd heeft dat alle bewegende onderdelen zijn stopgezet.
12. Controleren dat de rotatiesnelheid en de rotatierichting van de
aftakas van de tractor overeenkomt met dezé die op de machine
zijn aangegeven. Deze frees is ontworpen om in combinatie met
tractoren te worden gebruikt die voorzien zijn van een aftakas met
een toerental van 540 (zie n. 5, fig.1).
13. Bij afdalingen en nauwe bochten moet de snelheid worden
geminderd om de mogelijkheid tot verlies van controle over de
machine en tot kanteling ervan te voorkomen. Wanneer men op
afdalingen werkt, moet het voertuig niet plotseling worden
opgetrokken of worden afgeremd. Men moet het werk op erg steile
afdalingen
aangeraden om tegen de helling op, of van de helling af te werken
waarbij moet worden vermeden dat het hellend terrein overdwars
wordt bewerkt.
14. Wanneer de tractor aan een operatieve eenheid is gekoppeld,
moet niet minder dan 20% van het gewicht van de tractor en van
het voertuig op de voorste wielen van de tractor liggen. Wanneer
dit namelijk niet het geval is, is er geen sprake van een
evenwichtige gewichtsverdeling en bestaat de kans dat de tractor
kantelt en letsel of schade veroorzaakt. Aanvullend gewicht moet
òf op de voorste wielen worden aangebracht òf met speciaal
daarvoor aangewezen ballasten aan de achterzijde worden
aangebracht.
15. De machine moet periodiek in zijn geheel worden nagekeken. De
bouten moeten worden gecontroleerd in hoeverre deze zijn
aangedraaid, vooral die bouten waarmee de hakken aan de
flenzen zijn bevestigd. Controleren of er eventueel beschadigde of
versleten onderdelen aanwezig zijn.
2.03 - Onderhoud
1.
De koper is verantwoordelijk voor een goed onderhoud van de
machine.
2.
Er moeten geen afstellingen of reparaties worden uitgevoerd
terwijl de motor draait. Voordat er met de onderhouds- of
reparatiehandelingen kan worden begonnen moet de aftakas
worden uitgekoppeld, de motor worden afgezet, het voertuig op de
handrem worden gezet en de contactsleutel uit het dashboard
worden gehaald (zie n. 4, fig.1).
3.
Men moet er zeker van zijn dat de messen, de cardan en alle
bewegende onderdelen zijn stilgezet voordat men kan beginnen
met de onderhoudshandelingen.
4.
De machine moet op een veilige en stabiele manier worden
vastgezet voordat eer met de onderhoudshandelingen kan worden
begonnen.
5.
Altijd
gebruik
beschermingshandschoenen,
veiligheidsschoenen
reparatiehandelingen worden uitgevoerd.
6.
Na beëindiging van de onderhouds- en reparatiehandelingen moet
men er zeker van zijn dat alle beveiligingen opnieuw op een juiste
manier worden gemonteerd (zie n. 1, fig.1).
7.
In de ruststand moet de cardanas aan het bovenste derde punt
van het gestel met behulp van de daarvoor bestemde steun
bevestigd zijn.
8.
Altijd originele reservedelen of accessoires gebruiken. Wanneer
deze norm niet in acht wordt genomen komt de garantie te
vervallen en zal de firma niet aansprakelijk kunnen worden gesteld
voor hieruit voortgekomen schade.
9.
Er mogen zonder toestemming geen wijzigingen aan de machine
worden aangebracht. Elke wijziging kan nadelige gevolgen hebben
voor de veiligheid en de levensduur van de machine. Als er
wijzigingen zijn aangebracht die niet overeenkomstig zijn met het
origineel, zal de garantie komen te vervallen en zal de firma niet
aansprakelijk kunnen worden gesteld voor hieruit voortgekomen
schade of letsel.
vermijden.
In
geval
van
maken
van
oorbeschermers
wanneer
onderhouds-
NEDERLANDS
verzakkingen
is
het
een
veiligheidsbril,
en
en/of
ROTOMEC