vrij hebt om het gereedschap te bedienen.
• Houd uw luchtgereedschap altijd schoon en gesmeerd. Dagelijkse
smering is essentieel om interne corrosie en mogelijke storingen te
voorkomen.
Overbelast het gereedschap niet. Laat het gereedschap op optimale
•
snelheid werken voor maximale efficiëntie. Overmatige overbelasting
kan ervoor zorgen dat de behuizing van het gereedschap scheurt en kan
leiden tot overmatige slijtage van bewegende delen en mogelijke defecten.
Gebruik alleen lichtgewicht spiraalslangen. Sluit het gereedschap aan op
•
de compressorkoppeling. Monteer geen snelkoppelingen op het
gereedschap, aangezien trillingen kunnen leiden tot schade aan of defecten
aan de koppeling.
Zorg er altijd voor dat het gereedschap stilstaat voordat u het op de
•
luchttoevoer aansluit.
Controleer of de slijpaccessoires die met dit gereedschap worden gebruikt,
•
een snelheid hebben die gelijk is aan of hoger is dan de toegestane snelheid
van het gereedschap (7500 RPM).
Als het accessoire niet goed op het gereedschap is afgestemd, kan dit
•
leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
Zorg er altijd voor dat de accessoires geschikt zijn voor gebruik met het
•
gereedschap.
Zorg ervoor dat de accessoires goed vastzitten voordat u het gereedschap
•
op de luchttoevoer aansluit.
Plaats de compressor in een goed geventileerde ruimte. Voor koeling
•
minimaal 31 cm van de dichtstbijzijnde muur.
Bescherm de luchtslang en het netsnoer tegen beschadiging en perforatie.
•
Controleer ze wekelijks op zwakke plekken of slijtage en vervang ze indien
nodig.
Draag altijd gehoorbescherming bij gebruik van de luchtcompressor. Het
•
niet dragen hiervan kan leiden tot gehoorverlies.
Draag de compressor niet terwijl deze draait.
•
Laat de compressor niet draaien als deze niet stabiel staat.
•
Laat de compressor niet op een dak of op een verhoogde plaats werken,
•
aangezien het apparaat dan kan vallen of omvallen.