HANDLEIDING VAN DE MONITOR
(4) TARGET STROKES:
A.
Schakel om de TARGET STROKES-functie te selecteren; het display toont TARGET
constant verlicht, en het SLAGEN-venster knippert (Figuur 34). Druk op de
MODE-knop om de SLAGEN-instelling te starten.
B.
Het display toont \SET\ constant verlicht (Figuur 35), en het SLAGEN-venster
knippert 0. Druk op SET om de doelslagen in te stellen, met een bereik van 0 tot
9990, cyclisch ingesteld. Druk op de MODE-knop om te bevestigen en de trainings-
modus te openen.
C.
Het LCD-scherm toont \TARGET\ en \STROKES\ afwisselend gedurende twee
seconden (Figuur 36 tot Figuur 37), en alle waarden beginnen te tellen op basis van
berekende waarden, met het display dat elke 5 seconden schakelt.
(5) TARGET PULSE:
A.
Schakel om de TARGET PULSE-functie te selecteren, het display toont
TARGET constant verlicht, en het PULSE-venster knippert (Figuur 38). Druk
op de MODE-knop om de PULSE-instelling te starten.
Het display toont \SET\ constant verlicht (Figuur 39), en het PULSE-venster
B.
toont de vooringestelde waarde 100, knipperend. Druk op SET om de
doelhartslag in te stellen, met een bereik van 30 tot 230, cyclisch ingesteld.
Druk op de MODE-knop om te bevestigen en de trainingsmodus te openen.
C.
Het LCD-scherm toont \TARGET\ en \PULSE\ afwisselend gedurende twee
seconden (Figuur 40 tot Figuur 41), en alle waarden beginnen te tellen op
basis van berekende waarden, met het display dat elke 5 seconden schakelt.
NL
133
Figuur 34
Figuur 35
Figuur 38
Figuur 39
Figuur 36
Figuur 37
Figuur 40
Figuur 41