NL
BE
3. Sluit de acculader (29) aan op een
stopcontact.
4. Trek na het laden de stekker van
de acculader (29) uit het stopcon-
tact.
5. Trek de accu (4) uit de acculader
(29).
Controle-LED's op de laadunit (29):
groen
rood
brandt
—
—
brandt
—
knippert accu oververhit
knippert knippert accu defect
Bedrijf
Aanwijzingen voor het
zagen
Algemene instructies
Met deze volgorde werkt u veilig met
de decoupeerzaag en bereikt u een
goed werkresultaat:
1. Zet het werkstuk vast. Gebruik een
kleminrichting voor kleine werk-
stukken.
2. Teken een lijn om de richting aan
te geven waarin het zaagblad
wordt geleid.
3. Houd het apparaat stevig vast aan
de handgreep.
4. Stel het toerental in.
5. Stel de verstekhoek in.
6. Stel de pendelslag in.
7. Schakel het apparaat in.
8. Wacht tot het apparaat op volle
toerental heeft bereikt.
9. Zet de voetplaat tegen het werk-
stuk aan.
78
Betekenis
• Accu is volle-
dig geladen
• klaar (geen ac-
cu geplaatst)
Accu wordt gela-
den
10. Beweeg het apparaat langzaam
langs de voorgetrokken lijn en druk
de voetplaat daarbij stevig tegen
het werkstuk.
11. Oefen niet teveel druk in de zaag-
richting uit. Laat het apparaat het
werk verrichten.
12. Alvorens het apparaat neer te leg-
gen, schakelt u het uit en wacht u
tot het volledig tot stilstand is ge-
komen.
Pendelbeweging selecteren
Hoe groter de pendelbeweging, hoe
sneller het werk vordert.
De optimale pendelbeweging kan
worden bepaald door praktisch tes-
ten, waarbij de volgende aanbevelin-
gen gelden:
• Voor dun materiaal, hard materiaal
(bijv. metaal) of voor gebogen snij-
den: Stand 0
• Fijne en gave zaagranden bereikt u
met een geringe of geen pendelbe-
weging: Stand 0 of 1.
• Zacht materiaal (hout, plastic etc.):
Stand 2 of 3
Duikzagen
Voorwaarden
• zachte materialen zoals hout, pori-
ënbeton, gipskarton enz.
• verstekhoek: 0°
• kort zaagblad gemonteerd
Procedure (Fig. F)
1. Zet het apparaat met de voorkant
van de voetplaat (12) op het werk-
stuk. Het zaagblad (17/18) raakt
het werkstuk niet.
2. Schakel het apparaat in. Wacht tot
het maximale toerental bereikt is.
3. Druk het zaagblad (17/18) in het
werkstuk, tot de voetplaat (12) op
het werkstuk ligt.
4. Zaag verder langs de zaaglijn.