350
2. Controleer op welke afvoer (A/B) de condensafvoer moet worden aangesloten. In de
volgende afbeelding zijn de afvoeren aangegeven.
1
Afb. 46: Condensafvoer voor bedrijfsmodus A en B
1
Condensafvoer voor bedrijfsmodus B
3. Verwijder de plug uit de te gebruiken afvoer. De condensafvoerslang aansluiten en
borgen met de meegeleverde slangklem. Gebruik geen schroefbeugel.
Afb. 47: Condensafvoerslang aansluiten
4. Zorg dat de andere condensafvoer (1) is afgesloten met een plug (2).
Afb. 48: Plug bij condensafvoer monteren
INSTALLATIE- EN SERVICEHANDBOEK VOOR PROFESSIONALS
2
2
Condensafvoer voor bedrijfsmodus A
1
2
Installatie: Montage