344
4. De kabeldoorvoer incl. luchtvochtigheidssensor (en VOC-sensor, indien aanwezig) naar de
positie voor bedrijfsmodus B brengen en de lege kabeldoorvoer van positie B in positie A
plaatsen. Houd er rekening mee dat de sensorkop voor een correcte meting 50 mm
afstand tot de kabeldoorvoer nodig is.
Afb. 33: Kabeldoorvoeren wisselen
5. De hoofdprintplaat en het bedieningspaneel, evenals de frontafdekking weer
aanbrengen.
6. Monteer de afvoerslang op de aansluiting voor de bedrijfsmodus B (1). De stickers op de
eenheid opvolgen.
1
Afb. 34: Condensafvoer bedrijfsmodus A en B
1
Condensafvoer voor bedrijfsmodus B
7. Wissel de positie van de filters (alleen als het optionele pollenfilter ePM1 > 50% wordt
gebruikt). Aanwijzingen voor de correcte positionering van het pollenfilter vindt u in de
paragraaf "Algemene beschrijving - Filters en ventilatoren in modus A/B".
Afb. 35: Posities van de filters wisselen
INSTALLATIE- EN SERVICEHANDBOEK VOOR PROFESSIONALS
2
2
Condensafvoer voor bedrijfsmodus A
Installatie: Installatieopties