Vloermontage
348
4. Controleer de horizontale uitlijning van de eenheid. De bovenkant van de eenheid moet
horizontaal lopen of kan iets dalen t.o.v. de wand. Opmerking: De bovenkant mag niet
gekanteld zijn richting de wand. Hierdoor kan vochtschade ontstaan.
Afb. 42: Uitlijning controleren
INFORMATIE
De eenheid kan bij een ongeïsoleerde vloerconstructie trillingen overbrengen op de
onderdelen in de omgeving, bijv. op zolders. Bij een gedempte vloerconstructie moet de
eenheid op een geluidsgeïsoleerde onderconstructie worden geplaatst.
1. Bij een ongeïsoleerde vloerconstructie een houten onderconstructie maken met een
minimaal 50 mm dikke isolatie. Zorg dat de onderconstructie waterpas is. Opmerking:
Zorg dat de onderconstructie het gewicht van de eenheid kan dragen.
750 mm
Afb. 43: Houten onderconstructie maken
2. Monteer de door Dantherm goedgekeurde vloerbevestigingsbeugels (accessoire) op de
eenheid, voor de benodigde afstand van de eenheid t.o.v. de vloer. Info: Dantherm is niet
aansprakelijk voor vloerbevestigingsbeugels van andere fabrikanten. Het gebruik van
ander vloerbevestigingsbeugels gebeurt op eigen risico.
INSTALLATIE- EN SERVICEHANDBOEK VOOR PROFESSIONALS
850 mm
100 mm
Installatie: Montage