Verhelpen van storingen (vervolg)
Er klinkt niet of nauwelijks geluid.
• Controleer of alle luidsprekers en andere
apparaten juist en stevig zijn aangesloten.
• Controleer of de tuner/versterker wel is ingesteld
op de juiste geluidsbron.
• Let op dat de SPEAKERS ON/OFF schakelaar
niet op "OFF" staat (zie blz. 24).
• Controleer of er geen hoofdtelefoon is
aangesloten.
• Druk op de MUTING dempingstoets van de
afstandsbediening om weer geluid te horen.
• Het beveiligingscircuit van de tuner/versterker is
in werking getreden, vanwege kortsluiting.
Schakel de tuner/versterker uit, verhelp de
kortsluiting en schakel het apparaat weer in.
De weergave van links en rechts klinkt
onevenwichtig of de kanalen zijn verwisseld.
• Controleer of alle luidsprekers en andere
apparaten juist en stevig zijn aangesloten.
• Stel de weergave evenwichtig in met de
parameters van het LEVEL menu.
Er klinkt een storende bromtoon of andere
bijgeluiden.
• Controleer of alle luidsprekers en andere
apparaten juist en stevig zijn aangesloten.
• Houd de aansluitsnoeren uit de buurt van een
transformator of een motor en ten minste 3 meter
van een TV-toestel of tl-verlichting.
• Plaats de geluidsapparatuur niet te dicht in de
buurt van een ingeschakeld TV-toestel.
• Sluit een aardingsdraad aan op de U SIGNAL
GND platenspeler-aardaansluiting (maar alleen
als er inderdaad een platenspeler is aangesloten).
• Wellicht zijn de stekkers en aansluitbussen vuil.
Veeg ze schoon met een doekje met wat spiritus
of zuivere alcohol.
De middenluidspreker geeft geen geluid.
• Zorg dat de klankbeeldfuncties zijn ingeschakeld
(druk op de MODE +/– toets).
• Kies een van de CINEMA STUDIO EX
klankbeelden (zie blz. 34).
• Stel de geluidssterkte van de middenluidspreker
wat hoger in (zie blz. 23).
• Zorg dat de parameter voor het
middenluidsprekerformaat staat ingesteld op
"SMALL" of "LARGE" (zie blz. 21).
NL
58
De achterluidsprekers geven niet of nauwelijks
geluid.
• Zorg dat de klankbeeldfuncties zijn ingeschakeld
(druk op de MODE +/– toets).
• Kies een van de CINEMA STUDIO EX
klankbeelden (zie blz. 34).
• Stel de geluidssterkte van de betreffende
luidsprekers wat hoger in (zie blz. 23).
• Zorg dat de parameter voor het formaat van de
achterluidsprekers/middenachterluidsprekers
staat ingesteld op "SMALL" of "LARGE" (zie
blz. 22).
Het akoestiekeffect werkt niet.
• Zorg dat de klankbeeldfuncties zijn ingeschakeld
(druk op de MODE +/– toets).
• De klankbeeldfuncties werken niet voor signalen
met een bemonsteringsfrequentie van meer dan
48 kHz.
Er wordt geen Dolby Digital of DTS meerkanaals-
geluid weergegeven.
• Controleer of de afgespeelde DVD disc e.d. wel
is voorzien van Dolby Digital of DTS
meerkanaals-geluid.
• Bij aansluiten van een DVD videospeler e.d. op
de digitale ingangsaansluitingen van deze tuner/
versterker dient u ook te zorgen dat de audio-
instellingen (voor de geluidsweergave) van het
aangesloten apparaat goed zijn ingesteld.
Het opnemen lukt niet.
• Controleer of de betrokken apparaten naar
behoren zijn aangesloten.
• Kies de op te nemen geluidsbron met de
FUNCTION keuzeknop.
• Bij het opnemen van een digitale geluidsbron
dient u te zorgen dat de INPUT MODE
ingangskeuze staat ingesteld op ANALOG
(zie blz. 37) voordat u gaat opnemen met een
opname-apparaat dat is aangesloten op de
analoge MD/TAPE uitgangen.
• Bij het opnemen van een digitale geluidsbron
dient u te zorgen dat de INPUT MODE
ingangskeuze staat ingesteld op COAX IN of
OPT IN (zie blz. 37) voordat u gaat opnemen
met een opname-apparaat dat is aangesloten op
de DIGITAL MD/TAPE OUT aansluitingen.