4. Verwijder de afdekking rechtsachter. Het
aandrijfsysteem wordt samen met de afdekking
rechtsachter verwijderd. (Fig. 80)
Let op:
De kunststofafdekkingen zijn flexibel. Buig
ze voorzichtig om het verwijderen gemakkelijker te
maken.
5. Zorg ervoor dat de hendel van het aandrijfsysteem in
de juiste stand staat voordat u de afdekking
rechtsachter aanbrengt. (Fig. 81)
6. Zet de afdekking rechtsachter terug in de
oorspronkelijke stand.
7. Steek de haak aan het uiteinde van de hendel van
het aandrijfsysteem door de opening zoals
weergegeven (A).
8. Bevestig de schroef (B). (Fig. 82)
Bougie controleren en verwijderen
1. Verwijder de afdekking rechtsachter, zie
afdekking rechtsachter verwijderen en bevestigen op
pagina 69 .
2. Verwijder de ontstekingskabelschoen en reinig het
gebied rond de bougie.
3. Verwijder de bougie met een ⅝ʺ (16 mm)
bougiesleutel.
4. Controleer de bougie. Vervang de bougie als de
elektroden zijn verbrand of als de isolatie is
gebarsten of beschadigd. Als de bougie niet
beschadigd is, reinig deze dan met een staalborstel.
5. Meet de elektrode-opening en zorg ervoor dat deze
Technische gegevens op pagina 76 .
correct is. Zie
(Fig. 83)
6. Buig de zij-elektrode om de elektrode-opening aan te
passen.
7. Plaats de bougie terug en draai deze met de hand
totdat deze tegen de zitting aan zit.
8. Draai de bougie vast met de bougiesleutel totdat de
ring wordt samengedrukt.
9. Draai een gebruikte bougie nogmaals ⅛ slag vast,
een nieuwe bougie nog ¼ slag extra.
OPGELET:
bougies kunnen leiden tot motorschade.
10. Vervang de ontstekingskabelschoen.
OPGELET:
te starten als de bougie of de
ontstekingskabel is verwijderd.
11. Bevestig de afdekking rechtsachter, zie
afdekking rechtsachter verwijderen en bevestigen op
pagina 69 .
70
De
Onjuist vastgedraaide
Probeer de motor niet
De
Hoofdzekering vervangen
Een defecte zekering wordt aangegeven door een
doorgebrande verbinding.
1. Verwijder de 2 schroeven en verwijder de
beschermkap. De hoofdzekering bevindt zich in een
houder achter de accu. (Fig. 84)
2. Trek de zekering uit de houder. (Fig. 85)
3. Vervang de defecte zekering door een nieuwe
zekering van hetzelfde type, platte pen 15 A.
4. Plaats het deksel terug.
Als een hoofdzekering binnen korte tijd nadat u deze
hebt vervangen nogmaals doorbrandt, is er sprake van
kortsluiting. Repareer de kortsluiting voordat u het
product opnieuw gebruikt. Zoek hulp van een erkende
servicewerkplaats.
De accu opladen
•
Laad de accu op wanneer deze te zwak is om de
motor te starten.
•
Gebruik een standaard acculader.
OPGELET:
boostlader of startbooster. Dit zal leiden
tot schade aan het elektrisch systeem
van het product.
•
Gedurende 4 uur opladen met maximaal 3 A.
•
Koppel altijd de lader los alvorens de motor te
starten.
•
Wanneer de accu wordt opgeladen, sluit u de rode
kabel aan op de PLUSKLEM (+) en de zwarte kabel
op de MINKLEM (-). Zorg dat de rode (+) kabel
achter de zwarte (-) kabel wordt getrokken. (Fig. 86)
Noodstart van motor uitvoeren
Als de accu te zwak is om de motor te starten, kunt u
gebruik maken van startkabels om een noodstart uit te
voeren. Dit product is voorzien van een 12-volt-systeem
met negatieve aarding. Het product dat voor de
noodstart wordt gebruikt, moet ook een 12-volt-systeem
met negatieve aarding hebben.
Startkabels aansluiten
WAARSCHUWING:
Explosiegevaar door explosief gas dat
afkomstig is van de accu. Sluit geen
negatieve aansluitklem van de volledig
opgeladen accu aan op of in de buurt van de
negatieve aansluitklem van de zwakke accu.
OPGELET:
product niet om andere voertuigen te
starten.
1. Verwijder de motorkap.
Gebruik geen
Gebruik de accu van uw
1466 - 003 - 21.10.2020