FUNCTIES VAN HET INSTRUMENT
Tx Null (Tx-nulspanning):
Zonder de tx-nulspanningsregeling (Tx Null) zou de uitgestuurde puls
aan het begin van het echospoor zichtbaar zijn en alle reflecties binnen
de pulslengte (de dode zone) onderdrukken. De tx-
nulspanningsschakeling is afgestemd op de karakteristieke impedantie
van de geteste kabel waardoor een equivalente puls kan worden
gegenereerd. Door deze equivalente puls in mindering te brengen op de
uitgestuurde puls verwijdert u de dode zone effectief uit het display en
kunt u nabije reflecties bekijken.
Geen tx-nulspanning
LET OP: In een aantal gevallen is het niet mogelijk de overstuurde puls
volledig op nul te waarderen.
Een andere mogelijkheid bestaat hierin dat u in de L1-L2-modus -
waarbij L2 is aangesloten op een bekende juiste lengte van de geteste
kabel - in plaats van de balanceerschakeling de functie L2 gebruikt om
de overgezonden puls automatisch op nul te waarderen. In dit geval
wordt alleen het verschil tussen de goede en de slechte lijn
weergegeven.
Snelheidsfactor
Het instrument gebruikt de snelheidsfactor om de gemeten tijd van een
te reflecteren puls naar een afstand om te rekenen. Deze kan worden
weergegeven als een verhouding ten opzichte van de lichtsnelheid
126
Aangepaste tx-nulspanning
(bijvoorbeeld 0,660 = 66% van de lichtsnelheid) of als een afstand per
microseconde in ft/Ìsec of m/Ìsec.
Als de snelheidsfactor van de geteste kabel (C.U.T.) niet bekend is, kunt
u deze nauwkeurig vaststellen door:
Het testen van een bekende kabellengte en de reflectie voor het
kabeleinde op het display te bepalen. De kortst mogelijke
bereikinstelling te gebruiken.
De ZOOM-knop te gebruiken om de afstandscursor nauwkeurig te
positioneren.
De snelheidsfactor van de TDR met de VF-toets (4) te regelen
totdat de TDR de juiste lengte van de kabel aangeeft.
De VF-waarde voor toekomstig gebruik te noteren.
De waarden van de snelheidstabel in de Helppagina's van het
instrument geven een globale aanwijzing waarbij de instellingen in de
praktijk door tal van factoren worden beïnvloed. Door de
bovengenoemde procedure op een kabel met een bekende lengte toe te
passen kunt u de snelheidsfactor nauwkeuriger bepalen.
U kunt de meting van de afstand tot de storing nu met meer vertrouwen
in de juistheid van de meting uitvoeren. Het vermogen van het
instrument om de afstand tot een kabel nauwkeurig te meten berust op
de juistheid van de snelheidsfactor; alle fouten in de snelheidsfactor zijn
recht evenredig met fouten in de afstandsmeting. Vandaar dat het
instrument de snelheidsfactor berekent tot op drie decimalen
nauwkeurig om de foutmarge tot een minimum terug te brengen.
Pulslengten
De duur van de uitgestuurde puls is rechtstreeks afhankelijk van het
bereik (RANGE, toets 11) dat u op de TDR instelt. Elk bereik op het
instrument heeft een standaard-pulslengte. De pulslengten variëren van