3
Cursor rechts: Beweegt de cursor op het display naar rechts.
Wordt automatisch herhaald als u deze toets ingedrukt houdt.
SHIFT/Cursor rechts – Werken met twee cursors: Met een druk op
de SHIFT-toets kiest u de alternatieve cursor in de twee-cursormodus.
Door nogmaals op de SHIFT- en de cursortoets te drukken wisselt u de
actieve cursors om.
4
Velocity factor (Snelheidsfactor): Bidirectionele sleutel voor
het instellen van de kabelsnelheidsfactor in het gebied van
0,300 tot 0,999% van de lichtsnelheid. Wordt automatisch
herhaald als u deze toets ingedrukt houdt. Zie voor meer
informatie het hoofdstuk Snelheidsfactor.
5
L1-L2-modus: Door tussen L1, L2, L1&L2 en XTALK over te
schakelen kiest u de testmodus. De gekozen modus wordt
links boven in het displayscherm weergegeven.
SHIFT/Mode – Verschilmeting: (L1-L2 of L1-M1, 2...15) Om het
verschil tussen twee kanalen weer te geven moet u de TDR in de modus
L1&L2 of L1&M#) schakelen. Druk op de MODE-toets terwijl u de
SHIFT-toets ingedrukt houdt. Het instrument geeft L1-L2 of L1-M1 aan.
6
Zoom (Zoomen): Met de ZOOM-toets schakelt u het display
van volledige weergave naar ingezoomde weergave en terug.
Hierdoor kunt u de cursorbalk en dus ook de gemeten afstand
nauwkeuriger bepalen.
Deze modi worden boven aan het displayvenster weergegeven als
'Normal'
en 'Zoom'
SHIFT/Zoom – Intermitterende modus: Als u de ZOOM-toets indrukt
terwijl u de SHIFT-toets ingedrukt houdt, schakelt de TDR over naar de
intermitterende modus. In deze modus verzamelt de TDR alle
transiëntreflecties als een permanent weergegeven echospoor. U sluit de
120
intermitterende modus met een druk op de ZOOM-toets terwijl u de
SHIFT-toets ingedrukt houdt of door de instellingen voor bereik,
versterking of modus te wijzigen.
7
Help-toets: Hiermee opent u het helpprogramma voor het
gebruik van de TDR2000/2. U drukt eenvoudig de helptoets in
gevolgd door de toets van de functie waarvoor u hulp nodig
hebt.
8
Backlight (Achtergrondverlichting): Met deze toets schakelt
u de achtergrondverlichting aan en uit. De
achtergrondverlichting wordt automatisch na 1, 2 of 5 minuten
uitgeschakeld, afhankelijk van de instelling in het
configuratiemenu.
9
Gain (Versterkingsfactor): Bidirectionele toets waarmee u in
stappen van 6 dB de versterkingsfactor van de TDR tussen
0 dB en 90 dB bepaalt. Wordt automatisch herhaald als u deze
toets ingedrukt houdt.
Zie voor meer informatie het hoofdstuk Bediening.
10
Shift: Wordt in combinatie met andere toetsen gebruikt
voor het openen van alternatieve modes.
11
Range (Bereik): Bidirectionele toets waarmee u het
meetbereik van de TDR instelt van 16 km (48 kft) tot 50 m
(150 ft). Wordt automatisch herhaald als u deze toets
ingedrukt houdt. Meer informatie hierover vindt u in de
productspecificatie.
12
On/Off (In/uitschakelen): Met deze toets schakelt u de TDR
in en uit. Afhankelijk van de instelling van het
configuratiemenu schakelt het instrument zichzelf na 5, 10 of
15 minuten uit maar ook als de batterijspanning te laag is voor