b) Periodieke controle
Eenmaal per week dient de werking van de rookmelder te worden gecontroleerd.
Druk hiervoor net zolang op de testtoets totdat een akoestisch en optisch alarm
wordt geactiveerd.
Als het akoestische signaal (3* geluidssignaal, korte pauze, 3*
geluidssignaal, enz.) en de LED gaat om de 0,5 seconden aan
zolang als de toets ingedrukt blijft, dan werkt de rookmelder
probleemloos en is de batterijstatus in orde.
c) Status- en storingsmeldingen
• Normale gebruiksmodus (geen alarm)
Kort oplichten van het controlelampje (LED) om de 32 seconden
• Alarm/testalarm
De controlelamp/LED gaat om de 0,5 seconden aan, het akoestische alarm
wordt gegeven (3* geluidssignaal, pauze, 3* geluidssignaal, enz.).
• Signaal batterij vervangen
Gelijktijdig (!) bij het korte oplichten van het controlelampje (LED) klinkt een
kort "tjirp"-geluid. Vervang in dit geval onmiddellijk de batterij, zie hoofdstuk
8, Batterij vervangen.
• Gevoeligheid verslechtert
Als om de 32 seconden een kort "tjirp-"geluid tussen het periodieke oplichten
van het controlelampje klinkt, dan is de gevoeligheid van de meetkamer van
de rookmelder minder geworden.
Bij het optreden van deze storingsmelding dient de rookmelder buiten bedrijf
te worden gesteld en te worden vervangen.
d) Alarm resetten (bijvoorbeeld bij vals alarm)
Druk hiervoor kort op de testtoets.
78