NL
BE
3. Verwijder de accu (5) uit het apparaat, als
u het apparaat onbeheerd achterlaat of
klaar bent met het werk.
Transport
Instructies
• Schakel het apparaat uit en verwijder de
accu (5). Verzeker u ervan dat alle bewe-
gende delen volledig tot stilstand zijn ge-
komen.
• Transporteer de gras- en struikschaar al-
tijd met de mesbescherming (15)/(13).
• Draag het apparaat altijd aan de hand-
greep (3).
Reiniging, onderhoud en
opslag
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel
door onbedoeld aanlopen van het apparaat.
Bescherm uzelf bij onderhouds- en reini-
gingswerkzaamheden. Schakel het apparaat
uit, wacht tot alle bewegende delen volledig
tot stilstand zijn gekomen en verwijder de
accu.
VOORZICHTIG! Snijwonden! Draag snij-
bestendige handschoenen bij het hanteren
van de messen.
Laat reparatiewerkzaamheden en onder-
houd, die niet zijn beschreven in deze hand-
leiding, uitvoeren door een gespecialiseerd
service-center. Gebruik uitsluitend originele
onderdelen.
Reiniging
(Fig. C)
WAARSCHUWING! Elektrische schok!
Spuit het apparaat nooit schoon met water.
AANWIJZING! Beschadigingsgevaar. Chemi-
sche substanties kunnen de plastieken delen
van het apparaat aantasten. Gebruik geen
reinigings- of oplosmiddelen.
• Houd ventilatiesleuven, de motorbehui-
zing en grepen van het apparaat schoon.
Gebruik daartoe een vochtige doek of een
borstel.
Messen reinigen en onderhouden
Benodigde gereedschappen en hulpmid-
delen (niet meegeleverd)
• Vod
• Verzorgende oliespray
66
Verzorging na elk gebruik
• Verwijder vastzittend groenafval.
• Reinig het gras- en struikschaarmes (14)/
(10) met een olieachtige vod.
• Onderhoud het gras- en struikschaarmes
(14)/(10) met een onderhoudsolie-spray.
Onderhoud
• Controleer het apparaat voor elk gebruik
op duidelijke gebreken zoals losse, ver-
sleten of beschadigde onderdelen. Con-
troleer of de schroeven op het gras- en
struikschaarmes goed vastzitten. (14)/
(10).
• Controleer de afdekkingen en veiligheids-
voorzieningen op schade en losse zit.
Vervang ze indien nodig.
• Kleine inkervingen op de snijtanden kunt
u zelf voorzichtig gladstrijken. Slijp daar-
toe de snijtanden met een oliesteen.
• Slijp botte messen indien nodig (zie
Messen scherpen, Pag. 66). Als de
messen bot zijn of grote inkervingen
hebben, kan het snijmechanisme
vastlopen. Alleen scherpe messen leveren
goede snijprestaties.
• Sterk beschadigde of verbogen mes-
sen mogen niet worden gebruikt
en moeten worden vervangen. (zie
Reserveonderdelen en toebehoren,
Pag. 71).
Messen scherpen
Instructies
• Controleer de snijkanten. Als er zichtba-
re krassen, deuken of stompe randen zijn,
is naslijpen aan te raden. De snijmessen
mogen niet blauw worden – dit duidt op
oververhitting.
• Scherpstelhoek - Grasschaarmes
• Messen boven: 45°
• Messen onder: 45°
• Scherpstelhoek - Struikschaarmes
• Messen boven: 45°
• Messen onder: 45°
• Verwijder het toebehoren (zie Toebehoren
monteren/wisselen, Pag. 64).
• Verwijder snijresten en vuil van de mes-
sen.
• Gebruik een antislipvoet bij het slijpen
van de messen om veilig te kunnen wer-
ken.