8.9 Bovenste zaagbandgeleiding (5) instellen
(afb. 11)
• Vaststelgreep voor zaagbandgeleiding (28) loshalen.
• Zaagbandgeleiding (5), door het draaien van de in-
stelgreep voor de zaagbandgeleiding (27) zo dicht
mogelijk (afstand ca. 2-3 mm) op het te snijden ma-
teriaal verlagen.
• Vaststelgreep (28) weer vastdraaien.
• De instelling moet voor elk snijproces worden ge-
controleerd resp. opnieuw worden ingesteld.
8.10 Zaagtafel (7) op 90° afstellen (afb.2+12+13)
• Bovenste zaagbandgeleiding (5) geheel naar boven
brengen. (8.9)
• Vaststelgreep (22) en vleugelmoer (21) losdraaien
(afb. 2).
• Hoek tussen de zaagband (26) en de zaagtafel (7)
aanbrengen. Hoek niet bij de levering inbegrepen.
• Zaagtafel (7), door te draaien zover kantelen, tot de
hoek ten opzichte van de zaagband (26) precies 90°
bedraagt. Als de zaagtafel al op de schroef (58) ligt
en de 90° hoek kan niet worden ingesteld, moer (59)
losdraaien en schroef (58) door rechtsom draaien
verkorten.
• Vaststelgreep (22) en vleugelmoer (21) weer aan-
halen.
• Moer (59) eventueel loshalen.
• Schroef (58) zo ver verstellen, totdat de zaagtafel
aan de onderzijde wordt aangeraakt.
• Moer (59) weer aanhalen om de schroef (58) te be-
vestigen.
8.11 Welke zaagband gebruiken
De in de lintzaag meegeleverde zaagband is bedoeld
voor universeel gebruik. De volgende criteria moeten
bij de keuze van de zaagband in acht worden geno-
men:
• Met een smalle zaagband kunt u kleinere radii snij-
den dan met een brede.
• Een brede zaagband gebruikt men als men een
rechte snede wilt uitvoeren. Dit is vooral belangrijk
bij het snijden van hout. De zaagband heeft de nei-
ging om de houtnerf te volgen en wijkt daardoor licht
af van de gewenste zaaglijn.
• Fijngetande zaagbanden snijden gladder, maar ook
langzamer dan grofgetande zaagbanden
m LET OP! Nooit verbogen of gescheurde zaagban-
den gebruiken!
82 | NL
8.12 Schuifstokhouder (afb. 14)
De schuifstokhouder (60) is voorgemonteerd op het ma-
chineframe. Indien niet gebruikt, moet de schuifstok (29)
altijd aan de schuifstokhouder worden opgeborgen.
8.13 Tafelinzetstuk vervangen (afb. 15)
Bij slijtage of beschadiging moet het tafelinzetstuk (6)
worden vervangen, anders bestaat er een verhoogd
gevaar voor letsel.
• Het versleten tafelinzetstuk (6) naar boven uitnemen.
• De montage van het nieuwe tafelinzetstuk gebeurt in
omgekeerde volgorde.
8.14 Zaagband verwisselen (afb. 1a+1b+16)
• Zaagbandgeleiding (5) op ca. halve hoogte tussen
de zaagtafel (7) en het machineframe (18) instellen.
• Dekselvergrendelingen (12) loshalen en zijdeksel
(13) openen.
• Verwijder de schroef M6x35 (36) met twee volgrin-
gen (37) en de moer (38) van de tafel. (Afb. 3)
• Zaagband (26) door het linksom draaien van de
spanschroef (1) ontspannen.
• Zaagband (26) van de zaagbandrollen (2+9) en door
de sleuf in de zaagtafel (7) verwijderen.
• De nieuwe zaagband (26) centraal op de beide
zaagbandrollen (2+9) plaatsen. De tanden van de
zaagbanden (26) moeten naar onderen in de rich-
ting van de zaagtafel gericht zijn (afb. 6).
• Zaagband (26) spannen (zie 8.6)
• Zijdeksel (13) weer sluiten.
• Monteer de schroef M6x35 (36) met twee volgringen
(37) en de moer (38) op de tafel. (Afb. 3)
8.15 Afzuigmof (afb. 1a)
De lintzaag is uitgerust met een afzuigmof (24) Ø 40
mm voor spaanders.
Gebruik het apparaat alleen met een geschikte afzui-
ging. Controleer en reinig regelmatig de afzuigkanalen.
8.16 Dwarsaanslag (25) (optioneel) (afb. 23)
• Dwarsaanslag (25) in een groef (A) van de zaag-
tafel schuiven.
• Greepschroef (E) losdraaien.
• Dwarsaanslag (C) draaien, tot de gewenste hoek is
ingesteld. De pijl (F) op de dwarsaanslag toont de
ingestelde hoek.
• Greepschroef (E) weer vastdraaien.
• De aanslagbalk (B) kan worden verschoven bij de
dwarsaanslag (C). Hiervoor de kartelschroeven (D)
losdraaien en de aanslagbalk (B) in de gewenste stand
zetten. De kartelschroeven (D) weer vastdraaien.
www.scheppach.com