12. Bekijk het kalibratieresultaat:
• "Test is met succes voltooid." (of "KLAAR")-De sensor is gekalibreerd en klaar om monsters
te meten. De hellingswaarde wordt weergegeven.
• "De kalibratie is mislukt." (of "CAL MISLUKT") - De kalibratiehelling of -offset ligt buiten de
toegestane limieten. Herhaal de kalibratie. Reinig de sensor indien nodig. Raadpleeg
sensor reinigen
13. Druk op OK (of enter).
14. Zet de sensor terug in het proces en druk op OK (of enter).
Het uitgangssignaal keert terug naar de actieve toestand en meetwaarde van het monster wordt
weergegeven op het meetscherm.
Afbeelding 6 Luchtkalibratieprocedure
6.2 Kalibreren met de sensor in het proces
Kalibreer de sensor terwijl de sensor bezig is. Een tweede sensor op een handmeter is noodzakelijk.
1. Plaats de tweede sensor in het proces zo dicht mogelijk bij de eerste sensor.
2. Wacht tot de DO-waarde op de handmeter gestabiliseerd is.
3. Ga naar het kalibratiemenu:
• SC4500 Controller-Selecteer de tegel van het apparaat en selecteer vervolgens
Apparaatmenu > Kalibratie.
• SC200 en SC1000 regelaars-Ga naar het hoofdmenu en selecteer SONDE SETUP >
[selecteer instrument] > KALIBREREN.
4. Selecteer Kalibratie (of MONSTERKAL.).
5. Selecteer de optie voor het uitgangssignaal tijdens de kalibratie:
Optie
Actief
(of AAN)
Houden
(of BLOKKEREN)
Verplaatsen
(of VERPLAATSEN)
6. Druk op OK (of enter) met de sensor in het monster.
7. Druk op OK (of enter) wanneer de meting stabiel is.
156 Nederlands
op pagina 158.
Beschrijving
Het instrument verzendt de actuele uitgangsmeetwaarde tijdens de
kalibratieprocedure.
De sensoruitgangswaarde wordt vastgezet op de actuele meetwaarde tijdens de
kalibratieprocedure.
Een vooringestelde uitgangswaarde wordt tijdens de kalibratie verzonden. Raadpleeg
de gebruikershandleiding van de controller om de vooraf ingestelde waarde te
wijzigen.
De