Optie
Kalibratie lucht
(of LUCHT CAL.)
Kalibratie
(of MONSTERKAL.)
Kalibratie resetten
(of RESET STD KAL)
6.1 Kalibreren met lucht
Opmerkingen:
• Zorg ervoor dat er zich water in de kalibratietas bevindt.
• Zorg ervoor dat de afdichting tussen de kalibratietas en de behuizing van de sensor goed afdicht.
• Zorg ervoor dat de sensor droog is tijdens kalibratie.
• Zorg ervoor dat de luchtdruk-/hoogte-instelling nauwkeurig is voor de kalibratielocatie.
• Laat de sensortemperatuur voldoende stabiliseren tot de omgevingstemperatuur van de
kalibratietas. Bij een groot temperatuurverschil tussen het proces en de kalibratielocatie kan het
stabiliseren 15 minuten duren.
1. Verwijder de sensor uit het proces. Reinig de sensor met een natte doek.
2. Plaats de gehele sensor in een kalibratietas met 25-50 ml water. Zorg ervoor dat de sensorkap
niet in contact komt met het water in de kalibratietas en dat er zich geen druppels op de
sensorkap bevinden
3. Gebruik een rubberen ring, binder of hand om een afdichting om de behuizing van de sensor te
creëren.
4. Laat het instrument 15 minuten stabiliseren vóór de kalibratie. Voorkom tijdens stabilisatie direct
zonlicht op de kalibratietas.
5. Zorg ervoor dat de HGTE/DRUK correct is ingesteld in de sensorinstellingen. Zie
sensor
op pagina 152.
6. Ga naar het kalibratiemenu:
• SC4500 Controller-Selecteer de tegel van het apparaat en selecteer vervolgens
Apparaatmenu > Kalibratie.
• SC200 en SC1000 regelaars-Ga naar het hoofdmenu en selecteer SONDE SETUP >
[selecteer instrument] > KALIBREREN.
7. Selecteer Kalibratie lucht (of LUCHT CAL.).
8. Selecteer de optie voor het uitgangssignaal tijdens de kalibratie:
Optie
Actief
(of AAN)
Houden
(of BLOKKEREN)
Verplaatsen
(of VERPLAATSEN)
9. Druk op OK (of enter).
10. Wacht 15 minuten met de sensor in de zak, zodat de sensor zich kan aanpassen aan de
omgevingstemperatuur.
11. Druk op OK (of enter) wanneer de meting stabiel is.
Tabel 2 Kalibratie-opties
Beschrijving
Aanbevolen kalibratiemethode. Deze kalibratie wijzigt de kalibratiehelling.
Kalibratie door vergelijking met een handheld DO-meter. Deze kalibratie wijzigt de
kalibratie-offset.
Zet de kalibratieversterking (helling) en -offset terug naar de fabrieksinstellingen.
Standaard: gain=1,0, standaard offset=0,0
(Afbeelding
6).
Beschrijving
Het instrument verzendt de actuele uitgangsmeetwaarde tijdens de
kalibratieprocedure.
De sensoruitgangswaarde wordt vastgezet op de actuele meetwaarde tijdens de
kalibratieprocedure.
Een vooringestelde uitgangswaarde wordt tijdens de kalibratie verzonden. Raadpleeg
de gebruikershandleiding van de controller om de vooraf ingestelde waarde te
wijzigen.
Configureer de
Nederlands 155