nl Reiniging en onderhoud
14.2 Ontdooien in de verskoel-
ruimte
De verskoelruimte van uw apparaat
ontdooit automatisch.
14.3 Ontdooien in het vriesvak
Het diepvriesvak ontdooit niet auto-
matisch. Een laag rijp in het vriesvak
vermindert de afgifte van koude aan
de diepvrieswaren en verhoogt het
energieverbruik.
Vriesvak ontdooien
Het vriesvak regelmatig ontdooien.
Ca. 4 uur vóór het ontdooien de
1.
Snelfunctie inschakelen.
"Snelfunctie inschakelen",
Pagina 101
De levensmiddelen bereiken hier-
door heel lage temperaturen en u
kunt de levensmiddelen langer op
kamertemperatuur bewaren.
De diepvrieswaren verwijderen en
2.
op een koele plaats bewaren. De
diepvriesproducten in dekens of
krantenpapier met koelelementen,
indien voorhanden, wikkelen.
Het apparaat uitschakelen.
3.
Pagina 101
Haal de stekker van het apparaat
4.
uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken of de zekering
in de meterkast uitschakelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op
5.
brandwonden!
Heet water, spatwater en stoom
kunnen tot verbranding leiden.
Doe uitsluitend heet en geen ko-
kend water in de pan voor het
ontdooiproces.
Zet om het ontdooien te versnellen
een pan met heet, niet kokend wa-
ter op een panonderzetter in het
vriesvak.
108
Het dooiwater met een zachte
6.
doek of een spons opvegen.
Het vriesvak met een zachte, dro-
7.
ge doek droogwrijven.
Het apparaat elektrisch aansluiten.
8.
Pagina 13
Het apparaat inschakelen.
9.
Pagina 100
De diepvrieswaren inladen.
10.
Pagina 106
15 Reiniging en onder-
Reiniging en onderhoud
houd
Reinig en onderhoud uw apparaat
zorgvuldig om er voor te zorgen dat
het lang goed blijft werken.
De reiniging van ontoegankelijke
plaatsen moet door de servicedienst
worden uitgevoerd. Aan de reiniging
door de servicedienst kunnen kosten
verbonden zijn.
15.1 Apparaat voorbereiden
voor reiniging
Het apparaat uitschakelen.
1.
Pagina 101
Haal de stekker van het apparaat
2.
uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het
stopcontact trekken of de zekering
in de meterkast uitschakelen.
Alle levensmiddelen eruit halen en
3.
op een koele plaats bewaren.
Indien beschikbaar koelelementen
op de levensmiddelen leggen.
Als een rijplaag voorhanden is, de-
4.
ze laten ontdooien.
Verwijder alle uitrustingsdelen en
5.
accessoires uit het apparaat.
Pagina 109
De scheidingsplaat demonteren.
6.
Pagina 110
De afdekking verwijderen.
7.
Pagina 110