NL
BE
4. Trek na het laden de stekker van
de acculader (17) uit het stopcon-
tact.
5. Trek de accu (5) uit de acculader
(17).
Controle-LED's op de laadunit (17):
groen
rood
brandt
—
—
brandt
—
knippert accu oververhit
knippert knippert accu defect
Bedrijf
Algemene werkinstructies
WAARSCHUWING! Gevaar voor
verwondingen! Neem de volgende in-
structies in acht.
• Draag altijd stevige schoenen, een
lange broek, gehoorbescherming,
werkhandschoenen en een veilig-
heidsbril wanneer u de machine
bedient.
• Het apparaat is alleen bedoeld
voor werkzaamheden waarbij u op
de grond staat en niet op een lad-
der of ander onstabiel oppervlak.
• Neem de aanwijzingen over het on-
derhoud en de reiniging van het
apparaat in acht.
• Als het gras- en struikschaarmes
(14)/(10) wordt geblokkeerd door
vaste voorwerpen, schakelt u het
apparaat onmiddellijk uit en verwij-
dert u de accu. Verwijder pas dan
het voorwerp.
• Gebruik alleen scherpe messen,
om een goed snijresultaat te garan-
deren en het apparaat en de accu
te besparen.
80
Betekenis
• Accu is volle-
dig geladen
• klaar (geen ac-
cu geplaatst)
Accu wordt gela-
den
• Kleine inkepingen op de snijtan-
den kunt u zelf gladstrijken. Slijp
daartoe de snijtanden met een olie-
steen. Alleen scherpe messen leve-
ren goede snijprestaties.
• Belast het apparaat tijdens het
werken niet zo veel, dat het appa-
raat stilvalt.
• Is een schakelaar beschadigd, dan
mag niet meer worden gewerkt
met het apparaat.
Werken met de grasschaar
• Gras is het beste te snijden wan-
neer het droog en niet te hoog is.
Werken met de struikschaar
(heggenschaar)
• Beweeg het apparaat gelijkmatig
voorwaarts of heen en weer in bo-
gen.
• Met het dubbelzijdige struikschaar-
mes (10) kan in beide richtingen
worden gesneden of door van de
ene naar de andere kant te oscille-
ren.
Voor het bedrijf
Voer voor elke handeling de volgen-
de stappen uit. Daardoor is een lange
levensduur en een betrouwbare wer-
king gegarandeerd.
• AANWIJZING! Schade aan het
gras- en struikschaarmes (14)/(10).
Zorg ervoor dat u tijdens het snij-
den geen voorwerpen raakt zo-
als stenen, draadafscheidingen of
plantensteunen.
• Controleer het apparaat voor elk
gebruik op duidelijke gebreken zo-
als losse, versleten of beschadigde
onderdelen. Controleer het vastzit-
ten van de schroeven in het gras-
en struikschaarmes (14)/(10).
• Snij niet met een bot of versleten
gras- en struikschaarmes (14)/(10),
want dan overbelast u de motor en
de tandwielkast van uw apparaat.