13 Met de motorzeis werken
► Als de deblokkeringsschuif, de schakelhendel
of de Ergo-hendel moeilijk beweegt of niet
terugveert in de uitgangsstand: de motorzeis
niet gebruiken en contact opnemen met een
STIHL dealer.
De deblokkeringsschuif, de schakelhendel of
de Ergo-hendel is defect.
Motorzeis inschakelen
► Plaats de accu.
► Deblokkeringsschuif indrukken en ingedrukt
houden.
► De schakelhendel indrukken en ingedrukt hou‐
den.
Het snijgarnituur draait.
► Als er 3 leds rood knipperen: accu verwijderen
en contact opnemen met een STIHL dealer.
In de motorzeis zit een storing.
► De schakelhendel loslaten.
Het snijgarnituur draait nog even door.
► Als het snijgarnituur blijft draaien: de accu
wegnemen en contact opnemen met een
STIHL dealer.
De motorzeis is defect.
12.2
Accu controleren/testen
► Druktoets op de accu indrukken.
De leds branden of knipperen.
► Als de leds niet branden of knipperen: accu
niet gebruiken en contact opnemen met een
STIHL dealer.
In de accu zit een storing.
13 Met de motorzeis werken
13.1
Motorzeis vasthouden en gelei‐
den
► Motorzeis met één hand op de bedienings‐
handgreep zo vasthouden dat de duim om de
greeplocatie van de bedieningshandgreep
valt.
► Motorzeis met de andere hand op de beugel‐
handgreep zo vasthouden dat de duim om de
beugelhandgreep valt.
0458-064-9601-A
13.2
Vermogenstrap instellen
Afhankelijk van het gebruik kunnen 2 vermo‐
genstrappen worden ingesteld. De positie van de
schuif voor vermogenstrappen (1) geeft de inge‐
stelde vermogenstrap aan.
De ingestelde vermogenstrap beïnvloedt de
gebruiksduur van de accu.
–
: ECO-vermogenstrap, laag vermogen
–
: maximale vermogenstrap, maximaal
vermogen
Als de Eco-vermogenstrap is ingesteld, wordt het
toerental verlaagd.
De looptijd van de accu kan daardoor worden
verlengd.
► De schuif voor vermogenstrappen (1) met uw
duim in de gewenste positie schuiven.
13.3
Maaien
De afstand van het snijgarnituur ten opzichte van
de grond bepaalt de maaihoogte.
► De motorzeis gelijkmatig heen en weer bewe‐
gen.
► Loop langzaam en gecontroleerd in voor‐
waartse richting.
Voor een optimale prestatie moeten de aanbevo‐
len temperatuurbereiken in acht worden geno‐
men,
21.4.
Nederlands
1
101